Het koud klimaat (E)

Het koud klimaat komt voor op de Noordpool, op Antarctica en in hooggebergten, zoals de Alpen en de Himalaya. Het is er het hele jaar ijskoud. Zo letterlijk, dat de grond vaak het hele jaar bevroren is. Dat noemen we permafrost.

Het poolklimaat is te verdelen in drie klimaten:

  • Het sneeuwklimaat (EF)
  • Het hooggebergteklimaat (EH)
  • Het toendraklimaat (ET)

Het sneeuwklimaat komt voor op de polen. Af en toe valt er sneeuw. Dit noemen we eeuwige sneeuw, omdat het bijna niet smelt. De zee is daar gedeeltelijk bevroren, zodat er ijsschotsen onstaan. De Noordpool heeft bijvoorbeeld geen land. Het is één groot blok ijs, waar je dagen overheen kan lopen.

Het hooggebergteklimaat lijkt veel op het sneeuwklimaat. Hoog in de bergen komt ook eeuwige sneeuw en permafrost voor.

Het toendraklimaat is minder koud. Daarom komen daar wel planten voor. Het zijn vooral vetplantjes, want die zijn het sterkst en overleven daarom de vorst. Hier leven de Lappen en de Eskimo's.


In de polen zijn veel stations, waar onderzoek wordt gedaan naar bijvoorbeeld het weer en de dieren. De mensen laten helaas vaak een rommel achter.


Op de voorgrond zie je de toendra. De rivier bevat smeltwater uit de achterliggende bergen.


Klimaatgrafiek van een EF-klimaat. Dit had ook een klimaatgrafiek van een EH-klimaat kunnen zijn.

© De Digitale School 1998. Auteur: Jorrit Steetskamp