Begrippenlijst 'Ruimtelijke ordening'

INDEX :

ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

- A -

achterland

Het gebied dat door een haven of vliegveld van goederen en/ of passagiers wordt voorzien.

achterstandswijken

In sommige wijken in de grote steden stapelen de problemen zich op: slechte woningen, matige woonomgeving, vaak een hoge werkloosheid onder de autochtone en vooral de allochtone bevolkingsgroepen. De overheid heeft voor deze wijken daarom speciaal beleid ontwikkeld, gericht op verbetering van de woningen, woonomgeving en bestrijding van de werkloosheid.

agglomeratie

De stad die met de aangrenzende gemeente(n) aan elkaar is gegroeid tot een stedelijk geheel.

agglomeratie-effect

Een zichzelf versterkende concentratie van mensen, economische aktiviteiten en infrastructuur in grotere stedelijke gebieden.

agglomeratievoordelen

Voordelen van grote stedelijke gebieden voor de locatie van bedrijven, vooral door de goede infrastructuur, grote en gevarieerde arbeidsmarkt, aanwezigheid van andere bedrijven enz.

allochtoon forensisme

Zie forensisme

a-locatie

A-locatie. Zie locatiebeleid

Amsterdamse Zuid-as

Het gebied langs de zuidelijke ringweg van Amsterdam, een belangrijke verbinding richting Schiphol, waar langs de weg en spoorweg (stations Zuid+World Trade Centre) grootschalige kantoorontwikkeling plaatsvindt.

annexeren

Het overnemen van meestal kleinere gemeenten door aangrenzende grote gemeenten. Vooral bij gebrek aan bouwgrond in de grote gemeenten.

autochtoon forensisme

Zie forensisme.

Terug naar de Index

- B -

bebouwingsdichtheid

Het gemiddeld aantal gebouwen (vaak woningen) per oppervlakte-eenheid. (meestal hectare)

beheersovereenkomst

Een overeenkomst tussen agrariers en de provinciale overheid. Een boer verplicht zich om zijn land anders te bewerken en te onderhouden. B.v. niet maaien in de broedtijd, geen bestrijdingsmiddelen gebruiken etc. Kortom zijn productiemethoden moeten milieuvriendelijker en meer gericht zijn op landschapsbehoud en/of herstel.

bestemmingsplan

Een gemeentelijk plan voor een klein deel van de gemeente en bindend voor de burgers, waarin de ruimtelijke inrichting heel precies (in voorschriften en op een plankaart) is vastgelegd. Op grond van bestemmingsplannen kan worden onteigend.

bestuurlijke indeling

In elk land bestaat een bepaalde bestuurlijke indeling op verschillende schaalniveaus. In Nederland onderscheiden we: 1.gemeenten: ongeveer 600 stuks. Dit worden er door samenvoegingen en annexaties steeds minder. Ze worden hierdoor wel steeds groter. 2.stadsprovincies: een aantal gemeenten draagt bepaalde bevoegdheden over aan de stadsprovincie. Zie aldaar 3.provincies: 12 stuks 4.rijk of nationale overheid.

Betuwelijn

Een goederenspoorlijn vanuit het westelijke puntje van het Rijnmondgebied langs Rotterdam, Dordrecht, door de Betuwe naar Duitsland. Deze lijn moet o.a. zorgen voor goede verbindingen naar Oost- en Zuid-Europa. De druk op het autowegennet moet hierdoor afnemen.

bezwaarschrift

Elke burger kan tegen plannen op het gebied van de ruimtelijke ordening, zoals b.v. het bestemmingsplan, bezwaar maken. Een schriftelijke verzoek om plannen te wijzigen of niet uit te voeren.

b-locatie

B-locatie: zie locatiebeleid

bodemsanering

In Nederland zijn veel bodems vervuild. Vaak door vroegere industriele akviteiten. Deze kunnen gevaar opleveren voor de gezondheid als er b.v. woningen op worden gebouwd. Voordat er wordt gebouwd moet de bodem schoongemaakt (gesaneerd) worden. Pas dan krijgt de eigenaar een zogenaamde schone grond verklaring en kan hij zijn grond verkopen.

bufferzone

Gebieden tussen grote stedelijke gebieden in vooral de Randstad. Ze hebben als doel het voorkomen van het aaneengroeien van deze gebieden. Vaak hebben ze een agrarische, recreatieve of natuurfunctie.

Terug naar de Index

- C -

cbs

C.B.S.: Centraal Bureau voor de Statistiek: een landelijke overheidsdienst belast met tellingen en statistisch onderzoek. O.a. voor de RO.

centralisatie

Dit is een politiek proces. Niet te verwarren met concentratie. Als bevoegdheden van lagere niveaus overgenomen worden door hogere niveaus dan is er sprake van centralisatie. Er is een verschuiving van macht. Het tegenovergestelde proces noemen we decentralisatie.

city

Het centrale deel van een stad dat gekenmerkt wordt door een concentratie van hoogwaardige dienstverlenende functies, zoals banken, verzekeringsbedrijven, hotels, restaurants, bioscopen, schouwburg, etc. Meestal wonen er nog maar heel weinig mensen.

city marketing

Elke zichzelf respecterende gemeente probeert zichzelf zo goed mogelijk te verkopen. Door allerlei reclame en andere activiteiten probeert ze zoveel mogelijk bedrijven en instellingen naar haar grondgebied te lokken. Vooral om de werkgelegenheid te bevorderen. Zie ook regionale beeldvorming.

city-vorming

Een proces waarbij de woonfunctie in de binnenstad wordt verdrongen door de werkfunctie. Woningen worden omgebouwd (of gesloopt) en er komen kantoren e.d. voor in de plaats.

c-locatie

C-locatie. Zie locatiebeleid

clustering

De ruimtelijke concentratie van gelijksoortige acviteiten. In winkelcentra zie je b.v. allerlei winkels die eten verkopen in een hoek bij elkaar.

co2

CO2:Koolzuurgas. Een gas dat vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen. Een van de grote boosdoeners bij het broeikaseffect.

collectieve mentale beelden

Dit zijn visies op de ruimtelijke werkelijkheid die functioneren als sociale norm voor individuen.

commerciele dienstverlening

Alle vormen van dienstverlening waarbij de prijs tot stand komt via het marktmechanisme. B.v.: bank- en verzekeringswezen, horeca, reclame etc.

compacte stad

Het overheidsbeleid, vooral vanaf de VINEX, gericht op een intensiever gebruik van de stedelijke ruimte en gericht op een versterking van de stedelijke functies. (vooral de woonfunctie).

compartimentering

De verdeling van b.v. het landelijk gebied in duidelijke afgegrensde deelgebieden, waarin een bepaalde functie overheerst.

concentratie

Concentratie is een ruimtelijk proces. Mensen, gebouwen, activiteiten komen op een bepaalde plaats, in een bepaalde regio dichter, d.w.z. op kortere afstanden, bij elkaar te zitten. Het komt vooral door verplaatsingen, migraties van mensen en/of activiteiten. Het tegenovergestelde proces noemen we deconcentratie.

congestie

Letterlijk betekent dit dichtslibben. Hier wordt bedoeld het overvol raken van wegen, spoorwegnet en luchtruim. Hierdoor steeds meer files en bereikbaarheidsproblemen.

container

Grote metalen dozen met een standaard hoogte, lengte en breedte. Men onderscheidt: 20 feet (voet) en 40 feet containers. Voordelen van containers zijn: 1.laden en lossen kost minder tijd. 2.minder menskracht nodig, dus kostenbesparing. 3.kans op schade kleiner. 4.kans op diefstal kleiner.

containerhaven

Een deel van de haven waar uitsluitend containers worden gelost en geladen. Het gebeurt bijna geheel automatisch. Er werken bijna geen mensen.

corporatie

Zie woningbouwvereniging.

cultuurlandschap

Een landschap waarop de mens zijn stempel heeft gedrukt door het in gebruik te nemen als agrarisch, industrieel, of stedelijke productie- en woongebied.

Terug naar de Index

- D -

decentralisatie

Zie centralisatie.

deconcentratie

Zie concentratie.

distributie

Het rondbrengen van goederen in een gebied.

distributiecentrum

Verzamelpunt, goederen worden hier eerst verzameld en dan naar de klanten gebracht.

drempelwaarde

Het aantal klanten/gebruikers dat minimaal nodig is om een dienstverlenend bedrijf of instelling in stand te houden.

duurzaam bouwen

Bij het bouwen van woningen en andere gebouwen let men er steeds meer op dat de woningen voor o.a. de verwarming weinig energie verbruiken, dat er materialen gebruikt worden die lang mee gaan en op een milieuvriendelijke wijze zijn geproduceerd. Ook probeert men op de bouwplaats zo zuinig en schoon mogelijk te werken.

duurzame ontwikkeling

Aangezien zuivere lucht , mooie recreatiegebieden, allerlei grond- en delfstoffen, open ruimte etc. schaars zijn of worden, vinden velen dat hiermee zuiniger en zorgvuldiger om moet worden gesprongen, zodat voor vele toekomstige generaties voldoende van voldoende kwaliteit overblijft. Dit betekent wel dat de inwoners van de rijke landen hun gedrag ingrijpend moeten veranderen.

Terug naar de Index

- E -

ecologie

De wetenschap die elementen/onderdelen van ecosystemen onderzoekt. Centraal staat : 1. de onderlinge samenhang van deze biotische (levende) en a-biotische (niet-levende) elementen op verschillende schaalniveaus en 2.alle elementen spelen zich af in, en zijn afhankelijk van, hun omgeving/milieu.

ecosysteem

Men kan de aarde en alles wat zich hierop bevindt, incl. de dampkring beschouwen als een systeem wat bestaat uit levende (mensen, dieren,planten) en niet-levende (bodem, water, lucht) onderdelen. Tussen al deze onderdelen bestaan kringlopen en stromingen. Zolang de mens deze niet verstoort zijn ze in evenwicht. Vaak wordt de aarde verdeeld in vele grotere en kleinere onderling samenhangende ecosystemen en ecosysteempjes.

electronische snelweg

Tot distributie wordt ook gerekend het doorgeven van berichten via telefoon, computernetwerken, fax, enz. De infrastructuur die daarbij hoort, wordt wel de electronische snelweg genoemd.

emissie

Uitstoot van uitlaatgassen uit de motoren van vliegtuigen, auto's etc. en de schoorstenen van huishoudens, fabrieken en elektriciteitscentrales.

Terug naar de Index

- F -

forensisme

Het dagelijks op en neer reizen van beroepspersonen tussen woon- en werkplaats, waarbij een gemeentegrens wordt overschreven. Men onderscheidt allochtoon en autochtoon forensisme. Een allochtoon forens reist heen en weer tussen zijn huidige woonplaats en oude woonplaats. Hij werkt nog wel in zijn oude woonplaats. Hij is dus verhuisd. Een autochtoon forens reist ook heen en weer tussen woon- en werkplaats, maar is niet verhuisd.

Terug naar de Index

- G -

gebundelde deconcentratie

Overheidsbeleid gerichting op een bundeling van de uit de stad afkomstige bevolking, werkgelegenheid en voorzieningen, in een beperkt aantal middelgrote nederzettingen (zie groeikernen) in de buurt van de vier grote steden. Dit beleid werd in de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening ingevoerd (1966) en in de Vierde Nota Extra (1989) beeindigd.

gentrification

Een proces waarbij stedelijke buurten voor het eerst of opnieuw worden bewoond door mensen met relatief hoge inkomens. Voorbeeld: in Amsterdam werden oude grachtenpand omgebouwd tot kantoorpanden (zie city-vorming). Nu worden deze weer omgebouwd tot dure appartementen voor kleine huishoudens zonder kinderen met hoge tot zeer hoge inkomens. Zie ook yuppen.

groeikern

Dit zijn gemeenten in de buurt van meestal de vier grote steden (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag) die grote aantallen woningen moeten bouwen voor woningzoekenden uit deze grote steden. Voorbeelden zijn: Purmerend, Nieuwegein, Zoetermeer en Spijkenisse) Sinds 1989 is het groeikernenbeleid opgeheven.

groeistad

In de Derde Nota RO (1974-1979) werden behalve groeikernen ook groeisteden aangewezen. Deze hadden vooral een taak buiten de Randstad. Ze moesten extra hoeveelheden woningen bouwen voor de eigen gemeente en de regio. Ook moest in deze steden de werkgelegenheid worden gestimuleerd. Een nevendoel was het verder afnemen van de concentratie in de Randstad.

Groene Hart

Groene Hart: een nog enigszins open, landelijk gebied binnenin het hoefijzer van de Randstadring. Het moet open blijven en is daarom bestemd voor natuur, recreatie en landbouw. Zie ook Randstad.

grondspeculatie

In Nederland is grond schaars en dus duur. Personen of bedrijven kopen daarom (landbouw)grond die waarschijnlijk als bouwgrond gebruikt gaat worden. Ze hopen bij verkoop dan een veel hogere prijs te krijgen. Dit noemt men speculeren. Het grote nadeel hiervan is dat de grond en dus de woningen die er op worden gebouwd veel duurder worden.

Terug naar de Index

- H -

Hanzelijn

Een spoorlijn die te zijner tijd aangelegd zal worden vanaf Amsterdam door de IJsselmeerpolders, langs Zwolle richting Duitsland en Denemarken.

hsl

HSL: hoge snelheidslijn. Een spoorlijn voor uitsluitend personenvervoer. Op een apart spoor waar snelheden boven de 200 km/u kunnen worden gehaald. Er is een beperkt aantal opstapplaatsen. Het moet een Europees netwerk worden. Een van de doelen is het beperken van het binnen-Europees vliegverkeer.

hsl-oost

HSL-Oost: een hogesnelheidsspoorlijn van Amsterdam, via Utrecht, Arnhem naar Duitsland. Zie ook HSL.

hsl-zuid

HSL-Zuid: een hogesnelheidsspoorlijn van Amsterdam, via Rotterdam, Brussel naar Parijs. Zie ook HSL.

huursubsidie

Huurwoningen zijn vaak te duur voor mensen met lage inkomens, zoals b.v. studenten en bejaarden. Om deze groepen toch in redelijke woningen te kunnen laten wonen, krijgen deze mensen een deel van hun huur vergoed door de gemeentelijke overheid.

Terug naar de Index

- I -

infrastructuur

Alle middelen waarmee personen, goederen of informatie kunnen worden vervoerd. Zoals: autowegen, spoorwegen, waterwegen, maar ook telefoonnet, kabelnet etc.

inlandterminal

Een plek verder landinwaarts, b.v. bij de grens, waar de goederenstroom opgedeeld wordt naar verschillende richtingen en verschillende transportmiddelen.

inspraak

Inspraak: de mogelijkheid voor burgers om vooraf kenbaar te maken hoe zij denken over de plannen van de gemeentelijke, provinciale of nationale overheid.

Terug naar de Index

- J -

Terug naar de Index

- K -

kleine kernen

Dorpen (beter: gemeenten) met minder dan 5000 inwoners en een (te) beperkt aantal voorzieningen. We vinden ze vooral in de dunbevolkte landelijke gebieden. B.v. in N-Friesland. Zie Bartheliem.

koolzuurgas

Zie CO2

Kop van Zuid

Een grootschalig stadsvernieuwingsproject op de zuidoever van de Maas in Rotterdam. Het is uniek omdat het grootschalig is, vernieuwend is en de woonfunctie met andere functies combineert.

kosteneenheden

De hinder die geluid geeft wordt uitgedrukt in Kosten-eenheden, genoemd naar de hoogleraar die deze manier bedacht heeft.Hij keek hoe vaak vliegtuigen over een gebied vlogen, wat voor type vliegtuig dat was (in verband met de hoeveelheid geluid) en of er overdag of 's nachts gevlogen werd. (nachtvluchten tellen tien maal zo zwaar als nachtvluchten) Al deze gegevens samen geven een Ke -waarde.

kustlocatie Den Haag

Bouwgrond wordt in Nederland steeds schaarser. In plaats van b.v. het IJsselmeer verder droog te leggen, overweegt men om stukken van de Noordzee droog teleggen. O.a. voor de kust bij Den Haag-Scheveningen. Hier kunnen dan woningen en andere zaken worden gebouwd. Ook wel 'Plan Waterman' genoemd.

kwartaire sector

Niet-commerciele dienstverlening: vooral de (semi-)overheid: onderwijs, gezondheidszorg, politie, leger, brandweer, ministeries, gemeenten etc.

Terug naar de Index

- L -

landinrichtingswet

Landinrichtingswet: een wet waarin geregeld is op welke wijze, bij een herinrichting van een agrarisch gebied, naast de belangen van het agrarisch bedrijf ook aandacht is voor handhaving en verbetering van de natuurwaarden van het gebied en de recreatie.

leeftijdsopbouw

De samenstelling van de bevolking naar leeftijd en geslacht.

Leidse Rijn

Grootschalig nieuwbouwproject ten westen van de stad Utrecht. Aangezien Utrecht binnen haar eigen grenzen geen bouwgrond meer had, is ten westen van de stad een gemeente geannexeerd, zodat hier nu woningen voor met name inwoners van stad Utrecht worden gebouwd.

locatie- of vestigingsplaatsfactor

Alle factoren die de vestiginsplaats van een bedrijf beinvloeden.

locatiebeleid

Vanaf de vierde nota RO heeft de rijksoverheid een locatiebeleid. Nieuwe bedrijfsterreinen moeten goed bereikbaar zijn. De overheid streeft er naar om meer mensen uit de auto te krijgen en meer in het openbaar vervoer. A+B-locaties mogen alleen worden ontwikkeld als ze goed met openbaar vervoer bereikbaar zijn. Het aantal autoparkeerplaatsen wat is toegestaan is daarom beperkt. C-locaties moeten goed per (vracht)auto bereikbaar zijn en liggen daarom veelal langs snelwegen.

logistiek

Alle voorzieningen van de infrastructuur en alle regels en afspraken over transport.

Terug naar de Index

- M -

Maasvlakte

Het westelijkste deel van het Rijnmondgebied. Grootschalig havengebied met o.a. olieopslag , containerhaven, electriciteitcentrale en opslag chemisch afval.

Maasvlakte II

Nog aan te leggen grootschalige uitbreiding van Rijnmond in westelijke richting. Grotendeels door het droogleggen en opspuiten van een deel van de Noordzee.

mainport

In Nederland zijn twee mainports: Schiphol (luchtvaart) en Rijnmond (scheepvaart). Een mainport is: A.Een plaats of gebied met knoopppunten van verschillende transportmiddelen (weg, water, rail, lucht) en waar wordt gezorgd voor samenwerking en afstemming van die transportmiddelen (24 uur per dag met hoge frequentie) en het is: B. Een knooppunt met een aansluiting op een intercontinentaal (ook Europees) verplaatsnetwerk en: aanwezigheid van logistieke centra en een goede telematica infrastructuur.

massagoederen

Dit zijn vaste stoffen (zand, graan, ertsen) of vloeistoffen (b.v. olie) die grote hoeveelheden worden vervoerd in bulkcarriers of tankers. Droge en natte bulk worden daarom wel massagoederen genoemd.

mer

MER: zie milieu-effectrapportage.

migratie

Dit is de verzamelnaam voor alle verhuizingen van personen of groepen over een gemeentegrens voor een langere periode. (veelal drie maanden of langer)

milieu -effectrapportage

Een wettelijk vereist rapport waarin, voordat een bepaald project uitgevoerd wordt (b.v. een autosnelweg) de gevolgen (effecten) voor ons milieu worden berekend en beschreven. Als de MER negatief uitvalt kan een plan uitgesteld worden of het moet worden veranderd. Eventueel kan het zelfs niet doorgaan.

milieugebruiksruimte

De mogelijkheden die natuur en milieu bieden aan de maatschappij zonder afbreuk te doen aan toekomstige gebruiksmogelijkheden. De milieugebruiksruimte (MGR) moet worden gedeeld met andere soorten, toekomstige generaties en met andere mensen binnen onze generatie.

mobiliteit

Letterlijk betekent dit beweeglijkheid. In de ruimtelijke ordening bedoelt men hier meestal de mogelijkheid om korte en lange afstanden via auto, openbaar vervoer, fiets etc. te overbruggen. In Nederland levert de mobiliteit problemen op door b.v. de vele files op de autowegen.

Terug naar de Index

- N -

n.m.p.

NMP: afkorting van Nationaal Milieu beleidsPlan. Dit plan verscheen voor de eerste maal in 1988 en beschreef de alarmerende situatie van het Nederlandse milieu. Lucht, bodem en water zijn ernstig verontreinigd. Bij het opstellen van ruimtelijke ordeningsplannen krijgt daarom het milieu steeds meer aandacht. Zie ROM-gebieden.

na-oorlogse wijken

Wijken die gebouwd zijn na de tweede wereldoorlog. Het zijn vaak laagbouw- of hoogbouwflats. Een deel er van moet nu reeds opgeknapt worden.

nationaal milieubeleidsplan

nationaal milieubeleidsplan: zie NMP

natuurlandschap

Het oorspronkelijke door de natuur gevormde landschap. Niet door de mens veranderd. Het Nederlandse vasteland bestaat voor 100% uit cultuurlandschappen.

negentiende eeuwse wijken

Wijken die in Nederland gebouwd zijn tussen ongeveer 1860 en 1920, in de periode dat Nederland industrialiseerde . Wijken met zeer hoge woondichtheden. Een groot deel hiervan is inmiddels gesaneerd en/of gerenoveerd.

nimby

NIMBY: Not in My Backyard: niet in mijn achtertuin: de bezwaren die mensen hebben als er bij hen in de buurt iets wordt gebouwd of veranderd. Omdat deze bezwaren in ons dichtbevolkte land steeds vaker voorkomen is o.a. de Tracewet opgesteld. De meeste mensen hebben vaak geen bezwaar tegen veranderingen die verder van hun woning of woonomgeving plaatsvinden. Wel tegen veranderingen die dichtbij plaatsvinden. Zie Tracewet.

nimby-syndroom

De angst van mensen voor veranderingen bij hen in de buurt. Zie ook Nimby en Tracewet.

nota

In Nederland verschijnen voortdurende nota's.Dit zijn verhalen waarin bedrijven of overheidsorganen vertellen wat ze de komende jaren van plan zijn te gaan doen. In Nederland zijn de bekendste nota's de nota's Ruimtelijke Ordening . Van nummer 1 tot en met 4 en de VINEX. Zie aldaar.

Terug naar de Index

- O -

onteigenen

Soms heeft een gemeente bepaalde stukken grond heel hard nodig. Deze grond heeft meestal een eigenaar. Via vastgestelde bestemmingsplannen kan de gemeente grond en/of gebouwen van particuliere bezitters afnemen. Meestal wordt de grond /het gebouw vrijwillig verkocht, want dat is voor de verkoper financieel meestal aantrekkelijker. Zie ook voorkeursrecht.

ontvolking

De sterke afname van de bevolking in een bepaald gebied. We zien dit probleem vooral op het perifere platteland (b.v. N-Friesland) en in bepaalde wijken in de grote steden.

Oostflank van de Randstad

Het gebied tussen Almere en Amersfoort.

overloop

Het wegtrekken van huishoudens en bedrijven vanuit de Randstedelijke gebieden naar meer landelijke gebieden. Bijvoorbeeld van Amsterdam naar Purmerend, of van Rijnmond naar West-Brabant.

overslagpunt

Een plek waar goederen kunnen worden overgeladen. B.v. van vrachtauto in trein.

ozonlaag (aantasting)

De ozonlaag is een gedeelte van de dampkring die ons beschermt tegen de ultraviolette straling. Deze ozonlaag wordt dunner door o.a. drijfgassen uit spuitgassen en uitlaatgassen van vliegtuigen.

Terug naar de Index

- P -

park- and ride

Voorzieningen bij spoorwegstations waar men auto of fiets kan parkeren en in de trein kan stappen.

pendel

Zie forensisme

perceptie

Dit begrip hoort bij het onderwerp regionale beeldvorming. Mensen hebben van personen of gebieden een bepaald (on)juist of (on)volledig beeld opgebouwd. Dit kan via de opvoeding, via de media etc. Hoe men tegen de maatschappelijke of ruimtelijke werkelijkheid aankijkt noemt men perceptie. Letterlijk betekent het: hoe neem je iets waar, hoe neem je iets in je op. B.v. een beeld van een regio.

perceptie-geografie

Deze tak van de aardrijkskunde onderzoekt hoe collectieve mentale beelden tot stand komen . En hoe je ze kunt veranderen of beinvloeden door reclame, informatie etc. Zie ook regionale beeldvorming.

pkb

PKB: Planologische KernBeslissing: een beslissing over zaken van nationaal belang (b.v. electriciteitsvoorziening, een tweede Schiphol?, uitbreiding Maasvlakte), die op rijksniveau wordt genomen en op het terrein van de RO ligt. Het parlement beslist na inspraak over de PKB.

planologie

De wetenschap die ontwikkelingen op ruimtelijk gebied onderzoekt. Onderzoek naar het overheidsbeleid en effecten daarvan spelen een grote rol binnen deze wetenschap.

planologische kernbeslissing

Zie PKB

pro

Voor iets zijn.

Terug naar de Index

- Q -

Terug naar de Index

- R -

Randstad

Een sterk verstedelijkt hoefijzervormig gebied met hierin het Groene Hart, in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. In dit hoefijzervormig gebied vinden we de agglomeraties Utrecht, Hilversum, Amsterdam, Haarlem, Leiden, Den Haag, Delft, Rotterdam en Dordrecht. Deze bandstad noemt men de Randstadring. De Randstadring en het Groene Hart vormen samen de Randstad.

Randstadring

Randstadring: zie Randstad

regionale beeldvorming

Individuen of groepen hebben een bepaald (on)juist of (on)volledig beeld van een gebied/regio. Dit kan onder meer betreffen de ligging, relaties met het gebied, bevolkingskenmerken en gebiedskenmerken. Dit beeld kan beinvloed worden door b.v. de media of bijgesteld door eigen onderzoek. Deze beelden zijn meestal interpretatief van karakter, ze zijn met een bepaald doel geconstrueerd en ze dienen veelal het belang van een bepaalde groep.

regionaliseren

Regionaliseren: het indelen van een groter gebied in kleinere gebieden, die zich op grond van bepaalde kenmerken van andere gebieden onderscheiden.

reikwijdte

De maximale afstand die mensen willen afleggen om van een dienst gebruik te maken.

rekeningrijden

Elke automobilist gaat betalen voor over de weg afgelegde kilometers. Via electronische meetpunten in het wegennet wordt bepaald hoeveel men moet betalen. De regering wil hiermee vooral het autogebruik ontmoedigen. De variabele autokosten stijgen hierdoor meer dan de vaste kosten.

remote sensing

Via foto's van satellieten die hun baantjes buiten de dampkring rond de aarde draaien, beschikken we over allerlei beelden. Dit kunnen werkelijkheidsgetrouwe kleurenfoto's zijn, maar steeds vaker maakt men opnamen met een bepaald doel. Men bevoelt de aarde van een afstand: remote sensing. Men kan b.v. infraroodbeelden maken. Bepaalde gewasssen en oppervlaktes krijgen dan een andere kleur dan andere. Dit zegt b.v. iets over de kwaliteit van de aankomende oogst. Vroeger werden deze beelden voor spionage-doelen gemaakt. Tegenwoordig krijgen ze steeds vaker een wetenschappelijke toepassing.

renovatie

Het opknappen van woningen of hele woonwijken.

restauratie

Het opknappen van oude historisch waardevolle gebouwen of woningen in oude wijken.

rom-gebieden

ROM-gebieden zijn gebieden waar bij de inrichting of herinrichting rekening wordt gehouden met aspecten van ruimtelijke ordening en vooral milieu-aspecten. Zie ook NMP.

ruilverkaveling

Het opnieuw verdelen van kavels onder de eigenaren, om per eigenaar zoveel mogelijk een aaneengesloten grondeigendom te krijgen. Meestal vinden er ook cultuurtechnische ingrepen in het landschap plaats zoals sloten dempen, kavelvergroting, egalisatie en verlaging van de grondwaterstand.

ruimtelijke beleid

Concrete bestuursmaatregelen om een ruimtelijk plan te verwerlijken.

ruimtelijke ordening

Een proces waarbij de overheid (rijk, provincies, gemeenten) , gebruik makend van een groot aantal regels en na afweging van individuele en groepsbelangen, de ruimte zodanig inricht of herinricht dat het welzijn van de burgers zo goed mogelijk wordt gediend.

ruimtelijke segregatie

Het proces van het ruimtelijk groeperen van de bevolking met gemeenschappelijke kenmerken (b.v. inkomen, sociale klasse, cultuur, etniciteit, huishoudensamenstelling) in bepaalde wijken of grotere ruimtelijke gehelen. Veeal door selectieve migratieprocessen. Zie b.v. gentrification.

Terug naar de Index

- S -

sanering

Letterlijk betekent dit gezondmaken. Hier wordt bedoeld het verbeteren van woningen en de woonomgeving in oudere wijken. Meestal worden oude woningen gesloopt en worden daarna nieuwe gebouwd.

schaalniveaus

In de aardrijkskunde werkt men altijd met bepaalde schaalniveaus. Men kan b.v. de werkloosheid in een dorp of stad onderzoeken, maar ook voor een geheel land, of werelddeel. Er is sprake van micro en macro niveau. Je kunt inzoomen en uitzoomen. Als je grotere verbanden/regio's gaat onderzoeken zoom je uit. Als je richting micro-niveau gaat, zoom je in. Bij onderzoek is het schaalniveau vaak afhankelijk van de beschikbare gegevens. In Nederland is bij statistische informatie de buurt of wijk in een gemeente vaak het laagste schaalniveau. Ook gebruikt men vaak de termen: lokaal, regionaal, nationaal en mondiaal schaalniveau. Wat lokaal of regionaal is, moet echter duidelijk worden aangegeven.

schaalvergroting(landbouw)

Een ontwikkeling in de agrarische sector waarbij door een verandering in het gebruik van de productiefactoren grond, kapitaal en arbeid, lagere productiekosten en hogere opbrengsten worden nagestreefd. In andere bedrijfstakken gebeurt dit ook , maar speelt de factor grond een geringere of geen rol. Meestal betekent het een afname van de werkgelegeheid in deze bedrijfstak.

Schiphol-IJpoort

Dit is een plan om voor de kust van IJmuiden een kunstmatig eiland aan te leggen. Hier zou o.a. een deel van de luchtvaartactiviteiten van Schiphol kunnen komen. Tussen Schiphol en IJpoort komt dan een ondergrondse shuttle (trein) verbinding.

sectorbeleid

Beleid dat een enkel terrein van overheidshandelen bestrijkt, zoals emancipatiebeleid of defensiebeleid.

secundaire productiesector

Alle activiteiten die de producten van de primaire sector verwerken, zoals ambacht en industrie.

sociale woningbouw

Dit zijn woningen die worden of zijn gebouwd voor mensen die een laag inkomen hebben. Het kunnen koop- of huurwoningen zijn. Vooral woningbouwverenigingen verhuren deze woningen.

stadsgewest

Een functioneel samenhangend geheel van een centrale stad of agglomeratie met omliggende nederzettingen.

stadsprovincie

Nederland kent tot nu toe drie bestuurslagen: rijk, provincies en gemeenten. Vooral gemeenten en provincies voldoen niet meer om problemen op het gebied van vervoer, woningbouw, werkgelegenheid etc. op regionale schaal op te lossen. Daarom zijn er plannen om een vierde bestuurslaag te maken: stadsprovincies. Een aantal gemeenten gaat samenwerken in een stadsprovincies op het gebied van RO, vervoer, werkgelegenheidsbeleid etc. Een aantal gemeentelijke bevoegdheden wordt dan overgeheveld naar de stadsprovincie.

stadsvernieuwing

Dit zijn allerlei aktiviteiten met als doel wijken, of delen daarvan beter leefbaar te maken. Het kan nieuwbouw van woningen na sloop zijn, maar ook renovatie. Niet alleen de woningen, maar ook de woonomgeving wordt verbeterd.

stedebouw(kundig)

Voor het bouwen van een woonwijk heb je o.a. nodig een architect en een aannemer, maar ook een stedebouwkundige. Deze geeft aan waar de woningen, het groen, de winkelvoorziengen, de waterpartijen, het station, de wegen, de parkeerplaatsen etc . worden aangelegd. Al deze dingen moeten onderling in een stedebouwkundig plan op elkaar zijn afgestemd.

stedelijk knooppunt

Stedelijke knooppunten zijn grotere stedelijke gemeenten (b.v. Eindhoven, Breda, Arnhem) die in de Vierde Nota RO hiertoe werden aangewezen. Zij kregen extra geld om de bedrijfsterreinen, de bereikbaarheid, enz. te verbeteren. Het was mede bedoeld om de internationale concurrentie met andere steden in de Randstad en Europa beter aan te kunnen. Zie Grote Bosatlas 51e: kaart 55B

stedelijke zone

Een functioneel samenhangend geheel van steden in een bepaald gebied.

stikstofoxyden

Een gas dat vooral afkomstig is uit uitlaatgassen van het autoverkeer. Het levert een grote bijdrage aan de verzuring.

streekplan

Een door de provincie opgesteld plan waarin de gewenste toekomstige ontwikkeling met betrekking tot het ruimtegebruik in de provincie (vaak een deel er van) is aangegeven.

structuurplan

Een door de gemeente opgesteld plan waarin de gewenste ontwikkeling met betrekking tot het ruimtegebruik in de gemeente is aangegeven. Het structuurplan dient als uitgangspunt voor de bestemmingsplannen.

stukgoederen

Goederen die verpakt zijn in balen, kisten, vaten of containers.

stuwende funties

Activiteiten in een gebied die geld aantrekken van buiten het gebied. Hierdoor vaak ook arbeidsplaatsen/werkgelegenheid scheppend.

suburbanisatie

Een migratiebeweging waarbij mensen wegtrekken uit de grote stad en zich vestigen in kleinere steden en dorpen op het nabije platteland. De suburbanisatie is vooral toegenomen toen de welvaart steeg en de automobiliteit toenam.

Terug naar de Index

- T -

tgv

TGV: Train a grande vitesse: hoge snelheidstrein. Zie HSL.

tracéwet

Een aanvulling op de wet op de Ruimtelijke Ordening. Hiermee kan de nationale overheid besluitvorming over grote infrastructurele projecten, zoals b.v. de Betuwelijn sneller laten verlopen. Allerlei tijdrovende bezwarenprocedures kunnen hiermee worden verkort.

transito

Goederen of personen worden ergens naar toegebracht, maar moeten nog verder vervoerd worden.

tweede woning

Een woning die door de eigenaar in bepaalde perioden van het jaar als zodanig wordt gebruikt. (b.v. in het weekend en/of vakantieperiode) We vinden ze vaak in landschappelijk aantrekkelijk gebieden.

Terug naar de Index

- U -

urbanisatie

Dit begrip kan twee betekenissen hebben: 1.het migratieproces van platteland naar de stad. Vooral ten tijde van de industrialisatie. 2.het proces waarbij een toenemend aandeel van de bevolking woonachtig is in als stedelijk geclassificeerde gemeenten.

Terug naar de Index

- V -

verdroging

Nederland lijkt een zeer nat land. Door allerlei maatregelen worden bepaalde delen van Nederland steeds droger en soms zelfs te droog. De belangrijkste oorzaken zijn: het toenemende waterverbruik in de landbouw en huishoudens, en de verlaging van de grondwaterstand in bepaalde gebieden.

vermesting

In bepaalde delen van Nederland wordt door de intensieve landbouw zoveel mest geproduceerd en over het land uitgereden, dat de omgeving te rijk aan voedingsstoffen uit de mest wordt. De bodem, het oppervlaktewater en het bodem- en grondwater worden te voedselrijk.

versnippering

Veel landbouw- en natuurgebieden worden steeds vaker doorsneden door infrastuctuur. Hierdoor neemt vooral de soortenrijkdom sterk af.

verstedelijking

Zie urbanisatie.

verstedelijkte plattelandsgemeente

Een gemeente waarin minder dan 20% van de mannelijke beroepsbevolking werkzaam is in de landbouw, terwijl de grootste woonkern minder dan 30.000 inwoners heeft.

verzorgende functies

Activiteiten in een gebied waaraan de inwoners uit het gebied zelf geld uitgeven. B.v. winkels, ziekenhuis, scholen etc.

verzorgingsgebied

Het gebied waar de gebruikers van een bepaalde dienst wonen. Meestal gebruikt als het om diensten uit de non-profit sector gaat.

verzuring

Het zuurder worden van bodem en oppervlakte) water. Vooral door verzurende stoffen afkomstig uit landbouw , industrie, electriciteitscentrales en verkeer.

vestigingsfactor

Zie locatiefactor.

vierde nota ruimtelijke ordening

De Vierde Nota Ruimtelijke Ordening verscheen in 1988. Ruimtelijke ontwikkelingen en plannen voor heel Nederland worden hierin beschreven. De bekendste plannen hieruit zijn die voor de Mainports Schiphol en Rijnmond.

vinex

De Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (=VINEX) verscheen in 1989. De belangrijktste veranderingen ten opzichte van de Vierde Nota zijn: meer aandacht voor milieu en dus beperking van de automobiliteit en het officieel opheffen van het groeikernenbeleid.

volkshuisvesting

Met volkshuisvesting wordt bedoeld hoe we in Nederland in verleden, heden en toekomst mensen aan een goede woning helpen. Het kan slaan op het bouwen van woningen , maar ook op sanering, renovatie of woningbouwcorporaties. In Nederland is er naast de minister van VROM, een aparte staatssecretaris voor Volkshuisvesting.

voorkeursrecht

Grond die als bouwgrond gebruikt zal gaan worden moet door de eigenaar bij verkoop eerst aan de gemeente worden aangeboden. Op deze wijze probeert men grondspeculatie te beperken. Zie grondspeculatie.

vrom

Deze afkorting betekent voluit: ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Terug naar de Index

- W -

woningbezetting

Meestal wordt de gemiddelde woningbezetting bedoeld: het gemiddeld aantal personen per woning. In Nederland daalt dit steeds verder, zodat we voor hetzelfde aantal mensen steeds meer woningen en dus ruimte nodig hebben.

woningbouwcorporatie

Zie woningbouwvereniging.

woningbouwvereniging

Een vereniging die woningen laat bouwen en ze daarna verhuurt en onderhoudt. Woningbouwverenigingen richten zich vooral vroeger vooral op de lagere inkomensgroepen. Ze beheren dan ook vaak woningen in wijken waar de huren lager zijn dan het gemiddelde. Tegenwoordig richten ze zich op een breder publiek. Vroeger beheerden gemeenten ook veel huurwoningen. Tegenwoordig zijn veel van deze gemeentelijke woningbedrijven zelfstandige organisaties geworden. Een andere woord voor woningbouwvereniging is corporatie of woning(bouw)corporatie.

Terug naar de Index

- X -

Terug naar de Index

- Y -

yuppies

Letterlijk: young urban professionals. Rijke, kleine huishoudens die graag in, of in de buurt van de city wonen. Zie gentrification.

Terug naar de Index

- Z -

zonering

Maatregelen gericht op het geleiden van recreanten om onderlinge hinder tussen recreatieactiviteiten te voorkomen en/of aanwezige natuur- en landschapswaarden te beschermen.

Terug naar de Index

Terug naar menu