Bijvoeglijke naamwoorden - trappen van vergelijking: oefening

In de onderstaande zinnen moet je steeds de juiste van de drie trappen van vergelijking invullen. Je hebt dus steeds de keus uit:


de stellende trap: wanneer je een opmerking maakt over 1 mens, dier of ding.
de vergrotende trap: wanneer je twee zaken met elkaar vergelijkt. Vaak staat er bv. THAN in de zin.
de overtreffende trap: wanneer er meerdere zaken met elkaar vergeleken worden.


Bij elke zin worden drie antwoorden gegeven. Klik op het antwoord waarvan jij denkt dat het het juiste is. Er verschijnt vervolgens uitleg. Lees die goed door.

Je kunt eventueel terug om de uitleg nog eens door te nemen.



 

Alex Schonewille