Past Simple - uitleg

 

Gebruik

De Past Simple gebruik je om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd. Vaak wordt het tijdstip genoemd, bijvoorbeeld: yesterday, last year, when I was younger.
Je gebruikt de Past Simple ook wanneer je vraagt naar wanneer iets gebeurde (zin met WHEN).

Wanneer je de Past Simple in een tijdbalk weergeeft, ziet het er als volgt uit:

tijdbalkpastsimp.jpg (12418 bytes)

Vorm

Bevestigende zinnen

 

Vragende zinnen

 

Ontkennende zinnen

 

Regelmatige ww: ww + (e)d
Onregelmatige ww: 2e rijtje
Did ...... + hele ww didn't + hele ww

I worked

You worked

He/she/it worked

 

We worked

You worked

They worked

Did I work?

Did you work?

Did he/she/it work?

 

Did we work?

Did you work?

Did they work?

I didn't work

You didn't work

He/she/it didn't work

 

We didn't work

You didn't work

They didn't work

naar de oefening over aanwijzende voornaamwoorden