Machten van Tien

Op deze pagina staan alle plaatjes uit de applet van machten van 10 met uitleg erbij.
Maar voor dat je die gaat bekijken eerst nog even over machten...

102 = 10 x 10 = 100

101 = 10

100 = 1

10-1 = 0,1

10-2 = 0,01

dus 10-15 = de 1 op de vijftiende plaats achter de komma.

 

Vermenigvuldigingsfactoren:

1 mm = 1 millimeter = 1 duizendste meter = 10-3 meter

1 Fm = 1 micrometer = 1 miljoenste meter = 10-6 meter

1 nm = 1 nanometer = 1 miljardste meter = 10-9 meter

1 pm = 1 picometer = 1 biljoenste meter = 10-12 meter

1 fm = 1 femtometer = 1 biljardste meter = 10-15 meter

 


 100 meter: 

Het eerste plaatje hierboven is 1 meter bij 1 meter: Je ziet een deel van een eikenboom. 

 



 10-1meter: 1 dm bij 1 dm 

De grote lijnen in het blad heten nerven.

 



 10-2 meter: 1 cm bij 1 cm 

Je ziet nu ook de kleine nerfjes.

 


 10-3 meter: 1 mm bij 1 mm 

We zitten nu vlak naast de hoofdnerf. Dit kun je met het blote oog nog zien.

 



10-4 meter: 0,1 mm bij 0,1 mm (100 micrometer)

Je ziet de cellen van het blad van de boom.De cellen zijn tussen 3 en 6 micrometer groot. Het kleinste wat een mens kan zien is ongeveer 20 micrometer(scheidend vermogen). De cellen op deze dia kunnen we met het blote oog dus niet meer zien.

 



 10-5 meter: 10 micrometer bij 10 F

Hier kun je duidelijk zien dat de bladcellen groter zijn dan 1 micrometer. De allergrootste cellen zijn eencellige diertjes. Die zijn ongeveer een millimeter en kun je met het blote oog makkelijk zien. De kleinste cellen zijn 10000 keer zo klein dus maar 0,1 micrometer. Dat is de verhouding tussen een huis en een nageldikte.



 10-6 meter: 1 Fm bij 1 F

We zijn nu door de wand van de bladcel binnen gedrongen en vliegen naar de kern van de cel. Hier wordt o.a. het erfelijk materiaal bewaard. Ook om de kern zit een membraan (een vlies). In dat vlies zitten echter kleine openingen waar je doorheen kunt.

 



 10-7 meter: 0,1 Fm bij 0,1 Fm (100 nanometer)

In de celkern bevindt zich het erfelijk materiaal in de vorm van hele lange spiraalvormige DNA-moleculen. Ze behoren tot de grootste moleculen. Ze zijn opgevouwen. Als je ze uitvouwt zijn ze wel een paar centimeter lang. Zoals je kunt zien zijn ze echter niet zo breed.

 



 10-8meter: 10 nanometer bij 10 nm 

Moleculen bestaan uit atomen. Soms zijn dat er miljarden zoals hier, maar soms bestaan moleculen maar uit één of twee atomen. Je kunt de atomen al zien zitten.

 



 10-9 meter: 1 nm bij 1 nm 

De DNA-moleculen bestaan vooral uit koolstof-en waterstofatomen. In het midden zie je een koolstofatoom met daaraan vast drie waterstof atomen. Waterstofatomen zijn de kleinste atomen die er zijn.

Een watermolecuul is ongeveer zo groot als het koolstofatoom met twee waterstofatomen wat je hier ziet . Dat is dus ongeveer 0,3 nanometer = 0,3 miljardste meter = 0,3@10-9meter. Om een idee te geven hoe klein dat is: Als een watermolecuul zo groot is als de punt van je balpen dan zou jij even groot zijn als de aarde. In jouw lichaam zitten ongeveer 1027 watermoleculen. Het is inmiddels gelukt om met de allerbeste microscopen koolstofatomen zichtbaar te maken.

 

 10-10 meter: 0,1 nm bij 0,1 nm (100 picometer, 100 biljoenste meter)
De orde van grootte van een atoom. Waar we nu naar kijken lijkt een wolk elektronen maar het zijn er in feite maar een paar. Die draaien echter zo snel om de kern van het atoom dat onze ogen het niet kunnen volgen. (bij waterstof: 2200 km/s, dat is 6,6 biljard rondjes in 1 seconde).

 



 10-11meter: 10 picometer bij 10 pm 

We bevinden ons nu tussen de elektronen die om de kern van het atoom draaien. Binnen in een atoom is het zo leeg dat je de kern van het atoom niet eens ziet.

 



 10-12meter: 1 pm bij 1 pm 

De kern wordt zichtbaar. De kern is verreweg het grootste ding in het atoom. Elektronen zijn ongeveer duizend keer kleiner. Als de kern zo groot is als een knikker dan is het atoom zo groot als een lege sporthal. De kans om de kern te raken als je door een atoom vliegt is dus niet zo groot. Om elektronen te raken echter wel want die maken heel veel rondjes per seconde.



 10-13meter: 0,1 pm bij 0,1 pm (100 femtometer, 100 biljardste meter)

De kern van een koolstofatoom. De kern bestaat uit protonen en neutronen.

 



 10-14meter: 10 femtometer bij 10 fm 

Ieder proton en ieder neutron bestaat weer uit drie quarks die bijeengehouden worden door gluonen (lijmdeeltjes).



 10-15meter: 1 fm bij 1 fm 

Of ook de quarks uit andere deeltjes zijn opgebouwd weten we niet. Quarks zijn niet de kleinste deeltjes die we kennen. Dat zijn de elektronen.

Maak nu de volgende quiz: Vermeld de vragen en de goede antwoorden voluit!!!!

 

QUIZ         top