Alle uitdrukkingen

Klik op de uitdrukking om bij het hoofdwoord van de uitdrukking terecht te komen.

  1. 's lands wijs, 's lands eer
  2. 's winters
  3. 40+ kaas
  4. aan boord van een schip
  5. aan de grond zitten
  6. aan de lopende band heeft hij geluk
  7. aan de macht komen
  8. aan de rand van de afgrond
  9. aan de rol gaan
  10. aan de schijt zijn
  11. aan de slag gaan
  12. aan de slag gaan
  13. aan de verkeerde kant van de straat
  14. aan de voorste speen liggen
  15. aan de vraag voldoen
  16. aan de weg timmeren
  17. aan één stuk door
  18. aan een zijden draadje hangen
  19. aan hem kun je een voorbeeld nemen
  20. aan het hoofd van de tafel
  21. aan het roer zitten
  22. aan je trekken komen
  23. aan lager wal raken
  24. aan tafel!
  25. aan welke kant sta jij?
  26. aan zijn lippen hangen
  27. aan zijn verlangens voldoen
  28. aan zijn verzoek voldoen
  29. aangehouden worden door de politie
  30. aanval is de beste verdediging
  31. ach jongen, jij komt pas kijken
  32. achter de feiten aanlopen
  33. achter de wolken schijnt de zon
  34. achter elkaar lopen
  35. achter slot en grendel
  36. achter zijn rug om
  37. Adam was gek op Eva
  38. af en aan lopen
  39. af en toe
  40. af! (tegen honden)
  41. afgaan
  42. Ajax voetbalt tegen Feijenoord
  43. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding
  44. al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel
  45. alle beetjes helpen
  46. alle remmen losgooien
  47. alle stoppen zijn doorgeslagen
  48. alle waar is naar zijn geld
  49. alle zeilen bijzetten
  50. alles gaat naar wens
  51. alles gaat naar wens
  52. alles in het werk stellen om ...
  53. alles is naar de bliksem
  54. alles kort en klein slaan
  55. alles op alles zetten
  56. alles op één kaart zetten
  57. alles wat los en vast zit is weggehaald
  58. als aan de grond genageld bleef hij staan
  59. als de dag van gisteren
  60. als een pasgeboren kind
  61. als het even kan
  62. als het ware
  63. als ik het wel heb
  64. als ik jou was dan ...
  65. als je stopt met roken ben je nog niet gelukkig
  66. als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje
  67. als je ziek wordt of iets dergelijks
  68. als klap op de vuurpijl
  69. als los zand
  70. alsof er een engeltje over mijn tong piest
  71. alsof ik dat niet weet!
  72. alternatieve energie
  73. an me nooit niet!
  74. Anita is een open boek
  75. ansichtkaart
  76. april doet wat hij wil
  77. Arie is in de veertig
  78. Arie is niet al te modern
  79. bedrogen uitkomen
  80. beeldende kunsten
  81. begin mei
  82. bekijk het maar!
  83. belegen kaas
  84. ben je nou helemaal!
  85. ben jij hier bekend?
  86. beste Ahmed
  87. beter een half ei dan een lege dop
  88. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht
  89. beter laat dan nooit
  90. beter mee verlegen dan om verlegen
  91. bier brouwen
  92. bij Clinton vergeleken is hij maar een kleine jongen
  93. bij de dag leven
  94. bij deze open ik de school
  95. bij elkaar kruipen
  96. bij gebrek aan aardappels eten we rijst
  97. bij gebrek aan beter
  98. bij gebrek aan beter
  99. bij het minste of geringste wordt hij kwaad
  100. bij iemand over de vloer komen
  101. bij jou kan ik geen goed meer doen
  102. bij lange na niet
  103. bij leven en welzijn
  104. bij meerderheid van stemmen
  105. bij nacht en ontij
  106. bij nader inzien voel ik er weinig voor
  107. bij wijze van spreken
  108. bijvoorbeeld
  109. bijzonder onderwijs
  110. blaffende honden bijten niet
  111. blij toe!
  112. blijf van mijn lijf!
  113. blijven zitten
  114. blind typen
  115. boontje komt om zijn loontje
  116. boos kijken
  117. boven je macht werken
  118. boven je stand leven
  119. brand stichten
  120. branden van ongeduld
  121. brutalen hebben de halve wereld
  122. buiten adem
  123. buiten adem zijn
  124. buiten beschouwing laten
  125. buiten schot blijven
  126. buiten werktijd
  127. buiten westen
  128. buiten zijn schuld
  129. burgerlijke ongehoorzaamheid
  130. centraal staan
  131. chemisch reinigen
  132. college lopen
  133. commandeer je hondje en blaf zelf!
  134. daar ben ik het net zo min mee eens
  135. daar ben ik niet over te spreken
  136. daar ben ik niet vies van
  137. daar ben je niet mee getrouwd
  138. daar draai ik mijn hand niet voor om
  139. daar had hij niet van terug
  140. daar had ik niet in het minst op gerekend
  141. daar heb ik geen boodschap aan
  142. daar heb ik geen kaas van gegeten
  143. daar heb ik geen vertrouwen in
  144. daar heb ik het land aan
  145. daar heb ik mijn mensen voor
  146. daar heb ik moeite mee
  147. daar heb ik part noch deel aan
  148. daar heb ik problemen mee
  149. daar heb ik recht op
  150. daar heb ik wel oren naar
  151. daar heb ik zo mijn redenen voor
  152. daar heb je geen centje pijn van
  153. daar héb je hem weer
  154. daar hebben we veel gemak van
  155. daar heeft hij de mond vol van
  156. daar heeft hij een hele serie van
  157. daar heeft zij geen oog voor
  158. daar is geen kruid tegen gewassen
  159. daar is het gat van de deur!
  160. daar is het haar om te doen
  161. daar is hij goed in thuis
  162. daar is oma! ook dat nog!
  163. daar is veel voor te zeggen
  164. daar is zij nog niet overheen
  165. daar kan ik me wel in vinden
  166. daar kan ik met mijn pet niet bij
  167. daar kan ik niet bij
  168. daar kan ik niet bij met m'n verstand
  169. daar kan ik niet mee uit de voeten
  170. daar kan ik niet tegen
  171. daar komen we mooi van af
  172. daar komt de aap uit de mouw
  173. daar komt moord en doodslag van
  174. daar kun je alle kanten mee uit
  175. daar kun je munt uit slaan
  176. daar kun je niet omheen
  177. daar kun je niet onderuit
  178. daar legt hij erg de nadruk op
  179. daar lig ik niet wakker van
  180. daar maak ik geen geheim van
  181. daar moet ik een nachtje over slapen
  182. daar moet ik het mijne van weten
  183. daar moet je niet te min over denken
  184. daar neem ik geen genoegen mee
  185. daar neem ik geen genoegen mee
  186. daar neem ik mijn petje voor af
  187. daar sta ik van te kijken
  188. daar steekt iets achter
  189. daar stel ik geen prijs op
  190. daar weet ik geen raad mee
  191. daar wil ik een eed op doen
  192. daar zal ik een stokje voor steken
  193. daar zit iets achter
  194. daar zit iets achter
  195. daar zit muziek in
  196. daar zitten wel haken en ogen aan
  197. daar zullen we wel een mouw aan passen
  198. daarmee is de kous af
  199. daarmee is geen droog brood te verdienen
  200. dag in, dag uit
  201. dag in, dag uit
  202. dagelijkse behoeften
  203. dan ben je nog niet jarig!
  204. dan ben je wel in de aap gelogeerd
  205. dan houdt alles op
  206. dan is het huis te klein
  207. dan weet je wel hoe laat het is
  208. dank je feestelijk!
  209. dank zij mijn goede zorgen ...
  210. dankbaarheid tonen
  211. dat beantwoordt aan de verwachtingen
  212. dat bedrijf heeft geen toekomst
  213. dat belooft wat!
  214. dat brengt leven in de brouwerij
  215. dat brengt veel werk met zich mee
  216. dat deed veel stof opwaaien
  217. dat ding is naar de maan
  218. dat ding is naar zijn malle moer
  219. dat doe ik uit de losse pols
  220. dat doe ik voor geen geld!
  221. dat doe ik voor geen prijs
  222. dat doet de deur dicht
  223. dat doet er niet toe
  224. dat doet er niet toe
  225. dat doet niet ter zake
  226. dat feest gaat niet door
  227. dat gaat boven mijn pet
  228. dat gaat buiten mij om
  229. dat gaat hem geld kosten
  230. dat gaat in één moeite door
  231. dat gaat mijn verstand te boven
  232. dat gaat mijn verstand te boven
  233. dat gaat niet op
  234. dat gaat te ver
  235. dat gaat ten koste van Jan
  236. dat gebeurt nogal eens
  237. dat geef ik je op een briefje
  238. dat geeft niets!
  239. dat geeft schele ogen
  240. dat geeft scheve gezichten
  241. dat geval staat op zichzelf
  242. dat ging erin als koek
  243. dat ging per ongeluk
  244. dat haalt het niet bij .....
  245. dat had ik niet achter hem gezocht
  246. dat heb ik niet graag
  247. dat heeft heel wat voeten in de aarde
  248. dat heeft hij niet van een vreemd
  249. dat heeft kwaad bloed gezet
  250. dat heeft niets om het lijf
  251. dat hoef je mij niet te vertellen
  252. dat hoef je niet in je hoofd te halen
  253. dat hou je niet voor mogelijk
  254. dat houdt het midden tussen .... en ....
  255. dat huis is te koop
  256. dat interesseert me niet
  257. dat is aan de orde van de dag
  258. dat is afgesproken werk
  259. dat is andere koek
  260. dat is brood op de plank
  261. dat is de moeite waard
  262. dat is dik voor elkaar
  263. dat is dun gezaaid
  264. dat is een doekje voor het bloeden
  265. dat is een goed teken
  266. dat is een hele stap
  267. dat is een luie flikker
  268. dat is een open deur
  269. dat is een pak van mijn hart
  270. dat is een pleister op de wonde
  271. dat is een rare gast!
  272. dat is een rib uit mijn lijf
  273. dat is een stok achter de deur
  274. dat is een streep door de rekening
  275. dat is een teer punt
  276. dat is een verkeerde voorstelling van zaken
  277. dat is een zaak van veel gewicht
  278. dat is eens een ander geluid
  279. dat is erg in trek
  280. dat is geen cent waard
  281. dat is geen excuus
  282. dat is geen haalbare kaart
  283. dat is geen manier van doen
  284. dat is geen stijl
  285. dat is geen werk
  286. dat is geen zuivere koffie
  287. dat is helemaal in zijn stijl
  288. dat is hem op het lijf geschreven
  289. dat is het einde!
  290. dat is het gesprek van de dag
  291. dat is het laatste redmiddel
  292. dat is het resultaat van te veel drinken
  293. dat is het topje van de ijsberg
  294. dat is in orde
  295. dat is in strijd met de wet
  296. dat is je verdiende loon
  297. dat is lang niet slecht
  298. dat is lood om oud ijzer
  299. dat is maar een praatje
  300. dat is mijn zaak
  301. dat is mooi meegenomen
  302. dat is naar mijn zin
  303. dat is nergens goed voor
  304. dat is nergens goed voor
  305. dat is net iets voor Jan
  306. dat is net iets voor Loes
  307. dat is niet bepaald slim
  308. dat is niet de moeite waard
  309. dat is niet gek!
  310. dat is niet misselijk!
  311. dat is niet naast de deur
  312. dat is niet te eten!
  313. dat is niet van toepassing
  314. dat is niet voor de poes
  315. dat is niet zoals het hoort
  316. dat is niet zonder risico
  317. dat is nog de vraag
  318. dat is nog tot daar aan toe
  319. dat is nogal logisch
  320. dat is nooit weg
  321. dat is nu niet aan de orde
  322. dat is onder de maat
  323. dat is op zijn plaats
  324. dat is pas werken
  325. dat is praktisch niet uitvoerbaar
  326. dat is precies hetzelfde
  327. dat is spekje voor mijn bekje
  328. dat is te gek om los te lopen
  329. dat is te mooi om waar te zijn
  330. dat is tegen de regels
  331. dat is tegen het zere been
  332. dat is ten enen male uitgesloten
  333. dat is toch al te dol
  334. dat is tot daar aan toe
  335. dat is uit de lucht gegrepen
  336. dat is uit de tijd
  337. dat is uit het leven gegrepen
  338. dat is van later zorg
  339. dat is ver ban mijn bed
  340. dat is ver gezocht
  341. dat is verleden tijd
  342. dat is verre van aardig
  343. dat is verre van aardig
  344. dat is voor eigen rekening
  345. dat is waar het om draait
  346. dat is waar ook
  347. dat is waar ook
  348. dat is zijn goed recht
  349. dat is zijn tweede natuur
  350. dat is zonder meer waar
  351. dat kan de beste gebeuren
  352. dat kan de toets der kritiek doorstaan
  353. dat kan ik hem niet verbeteren
  354. dat kan ik toch niet ruiken!
  355. dat kan in mijn holle kies
  356. dat kan me gestolen worden
  357. dat kan niet missen
  358. dat kan wel wachten
  359. dat kan zij op haar sloffen
  360. dat klinkt mij als muziek in de oren
  361. dat klopt
  362. dat komt ervan als je teveel eet
  363. dat komt goed uit
  364. dat komt goed van pas
  365. dat komt in de beste families voor
  366. dat komt op hetzelfde neer
  367. dat komt prachtig uit
  368. dat kost een aardig sommetje
  369. dat kun je in je zak steken
  370. dat kun je niet van haar verlangen
  371. dat kun je op je vingers natellen
  372. dat kun je wel vergeten
  373. dat laat hem koud
  374. dat laat ik nog even open
  375. dat laat me koud
  376. dat laat veel te wensen over
  377. dat laten we in het midden
  378. dat legt veel gewicht in de schaal
  379. dat leidt tot goede resultaten
  380. dat leidt tot goede resultaten
  381. dat liegt er niet om
  382. dat ligt als een steen op je maag
  383. dat ligt in zijn aard
  384. dat ligt me zwaar op de maag
  385. dat ligt niet in mijn lijn
  386. dat ligt voor de hand
  387. dat ligt voor de hand
  388. dat lijkt maar zo
  389. dat lijkt maar zo
  390. dat loopt als een trein
  391. dat loopt in de papieren
  392. dat loopt in het oog
  393. dat loopt over veel schijven
  394. dat luistert nauw
  395. dat luistert nauw
  396. dat lukt niet een twee drie
  397. dat maakt deel uit van een verzameling
  398. dat maakt geen verschil
  399. dat maakt geen verschil
  400. dat mag er zijn
  401. dat mag wel in de krant
  402. dat meisje is een plaatje!
  403. dat middel doet wonderen
  404. dat mocht je willen
  405. dat moest een keer gebeuren
  406. dat moet je maar voor ogen houden
  407. dat moet je met andere ogen bekijken
  408. dat moet je onder ogen zien
  409. dat moet je zelf weten
  410. dat muisje had nog een staartje
  411. dat neem ik voor lief
  412. dat past precies in zijn straatje
  413. dat plan klinkt leuk
  414. dat plan komt op de helling te staan
  415. dat proefwerk staat bol van de fouten
  416. dat proefwerk was niet om over naar huis te schrijven
  417. dat raakt hem niet
  418. dat scheelde een haar
  419. dat scheelt een slok op een borrel
  420. dat slaat als een tang op een varken
  421. dat slaat nergens op
  422. dat slaat nergens op
  423. dat snijdt geen hout
  424. dat spreek vanzelf
  425. dat spreekt vanzelf
  426. dat staat als een huis
  427. dat staat in verband met ...
  428. dat staat in verband met ....
  429. dat staat ter discussie
  430. dat steekt niet zo nauw
  431. dat stelt niets voor
  432. dat treft!
  433. dat treft!
  434. dat trekt mij niet
  435. dat valt in goede aarde
  436. dat valt me mee van hem
  437. dat verhaal is historisch
  438. dat verhaal wil ik u niet onthouden
  439. dat viel in goede aarde
  440. dat viel me koud op mijn dak
  441. dat voert te ver
  442. dat voorspelt niet veel goeds
  443. dat vraagt veel geduld
  444. dat was een schot in de roos
  445. dat was een vervelende opmerking
  446. dat was geen succes
  447. dat was lekker, niet?
  448. dat was maar een losse opmerking
  449. dat was niet in me opgekomen
  450. dat was op het randje!
  451. dat was te voorzien
  452. dat weet ik nog zo net niet
  453. dat wens je je ergste vijand nog niet toe
  454. dat went wel
  455. dat werk betaalt slecht
  456. dat werkt op mijn zenuwen
  457. dat werkt op mijn zenuwen
  458. dat werpt een nieuw licht op de zaak
  459. dat wierp een schaduw op het feest
  460. dat wijst zich vanzelf
  461. dat wil ik niet hebben
  462. dat wil zeggen ...
  463. dat wordt betaald door de gemeenschap
  464. dat zal ik nooit van mijn leven doen
  465. dat zal me de kop niet kosten
  466. dat zal me worst wezen
  467. dat zal mij een zorg zijn
  468. dat zegt me niets
  469. dat zie ik nog niet gebeuren
  470. dat zijn de krenten in de pap
  471. dat zijn geen halve maatregelen
  472. dat zijn interessante details
  473. dat zit als gegoten
  474. dat zit er dik in
  475. dat zit er dik in
  476. dat zit haar erg hoog
  477. dat zit hem hoog
  478. dat zit in de familie
  479. dat zit me niet lekker
  480. dat zit wel goed
  481. dat zit zo
  482. dat zou best eens kunnen
  483. dat zou mij wel lijken
  484. dat zul je altijd zien
  485. de aandacht trekken
  486. de aandacht trekken
  487. de aandacht vragen
  488. de advocaat verdedigt de verdachte
  489. de afgelopen week
  490. de angst speelt hem parten
  491. de atmosfeer was om te snijden
  492. de auto is nog in goede staat
  493. de auto loopt één op tien
  494. de auto rijdt zuinig
  495. de baard in je keel krijgen
  496. de baas spelen
  497. de baby is droog
  498. de bal is uit
  499. de begane grond
  500. de beslissing is gevallen
  501. de beste wensen
  502. de bloemetjes buiten zetten
  503. de boeken verhuizen naar een andere kast
  504. de bordjes zijn verhangen
  505. de brief staat stijf van de fouten
  506. de burgemeester in eigen persoon
  507. de burgemeester in eigen persoon
  508. de bus pakken
  509. de daad bij het woord voegen
  510. de dames gaan in het lang
  511. de derde wereld
  512. de deur hangt uit het lood
  513. de deur is op slot
  514. de dief loopt nog eens tegen de lamp
  515. de dokter gaf mij het advies minder te roken
  516. de dokter heeft geen dienst
  517. de dokter onderzoekt de patiënt
  518. de druiven zijn zuur
  519. de druk is van de ketel
  520. de dweil neemt het water op
  521. de edele delen
  522. de een of ander nam mijn tas mee
  523. de een zijn dood is de ander zijn brood
  524. de eerste minister
  525. de elementen trotseren
  526. de ene dienst is de andere waard
  527. de fabriek draait dag en nacht
  528. de fabriek gaat plat
  529. de feestdagen staan voor de deur
  530. de fiets is voorzien van een bel
  531. de foto's spreken voor zich
  532. de foto's zijn gelukt
  533. de geheime dienst
  534. de gele kaart
  535. de generale repetitie
  536. de grote massa wil dat niet
  537. de grote mensen
  538. de grote vaart
  539. de grote vakantie
  540. de gulden is gedaald
  541. de hand aan jezelf slaan
  542. de hand op de knip hebben
  543. de hand over het hart strijken
  544. de handen uit de mouwen steken
  545. de heilige vader
  546. de hele zaal stond op zijn kop
  547. de heren van de wet
  548. de Hollandse meesters
  549. de huizen schieten als paddestoelen uit de grond
  550. de ideeën kwamen tot ontwikkeling
  551. de jeugd heeft de toekomst
  552. de kaarten schudden
  553. de kansen keren
  554. de kat de bel aanbinden
  555. de kat op het spek binden
  556. de kat uit de boom kijken
  557. de keuken krijgt een grote beurt
  558. de keus viel op haar
  559. de keus viel op hem
  560. de kinderen waren de deur uit
  561. de kinderen zoet houden
  562. de kip legt een ei
  563. de klant is koning
  564. de kleren hangen te drogen
  565. de klok loopt gelijk
  566. de klok loopt weer
  567. de kluis van een bank kraken
  568. de knoop doorhakken
  569. de koe bij de horens vatten
  570. de koers kwijt zijn
  571. de kosten drukken
  572. de kosten rijzen de pan uit
  573. de kous op de kop krijgen
  574. de kritiek was niet van de lucht
  575. de kunst van iemand afkijken
  576. de laatste mode
  577. de laatste tijd
  578. de lakens uitdelen
  579. de lamme leidt de blinde
  580. de lidwoorden 'de' en 'het' zijn bepaalde lidwoorden
  581. de liefde bedrijven
  582. de liefde kan niet van één kant komen
  583. de lift is buiten dienst
  584. de lijn trekken
  585. de maat nemen
  586. de maat slaan
  587. de maat slaan
  588. de maatschappelijke verhoudingen
  589. de machine buiten werking stellen
  590. de machine is buiten bedrijf
  591. de machine is buiten werking
  592. de machine weigert
  593. de man werd in stilte begraven
  594. de mensen bij elkaar roepen
  595. de mensen van het eerste uur
  596. de middelbare leeftijd
  597. de moed opgeven
  598. de moed verliezen
  599. de moed zonk me in de schoenen
  600. de morgen breekt aan
  601. de motor starten
  602. de muren hebben oren
  603. de muren kwamen op me af
  604. de mussen vielen dood van het dak
  605. de naam die hij draagt ...
  606. de nacht is nog jong
  607. de nieuwe chef voldoet niet
  608. de nieuwe generatie sportfietsen
  609. de normen van fatsoen
  610. de openbare orde
  611. de openbare orde
  612. de orde handhaven
  613. de persoon in kwestie
  614. de pijl wijst naar links
  615. de pijlen volgen
  616. de pijp aan Maarten geven
  617. de pijp uitgaan
  618. de pik op hem hebben
  619. de pil vergulden
  620. de plaat poetsen
  621. de plaatselijke brandweer
  622. de plannen liepen in het honderd
  623. de plicht roept!
  624. de politie moet in actie komen
  625. de politie pakt de daders
  626. de post bestellen
  627. de poten onder zijn stoel vandaan zagen
  628. de problemen zijn nog niet in kaart gebracht
  629. de publieke tribune
  630. de puntjes op de i zetten
  631. de rechter doet over acht dagen uitspraak
  632. de reddende engel
  633. de regels voorzien daar niet in
  634. de resultaat van het onderzoek
  635. de rijke landen
  636. de rivier is buiten haar oevers getreden
  637. de rode draad van een verhaal
  638. de rollen omdraaien
  639. de rug van een boek
  640. de rug van een stoel
  641. de rug van je hand
  642. de ruzie liep hoog op
  643. de schade opmaken
  644. de sla is in de reclame
  645. de slaap niet kunnen vatten
  646. de spanning is te snijden
  647. de spanning stijgt ten top
  648. de spanning stijgt ten top
  649. de spanningen in het huwelijk
  650. de staat van beleg
  651. de stand in de wedstrijd
  652. de stand van zaken
  653. de stand van zaken
  654. de stemming stijgt
  655. de sterke arm
  656. de stoel geeft steun in de rug
  657. de stomme e
  658. de taal van het lichaam
  659. de tafel dekken
  660. de tafel moet vlak staan
  661. de telefoon gaat
  662. de telefoon is in gesprek
  663. de temperatuur van iemand opnemen
  664. de tijd doden
  665. de tijd doden
  666. de tijd dringt
  667. de tijd is er niet rijp voor
  668. de tijd opnemen
  669. de tijd vliegt
  670. de tijd vliegt
  671. de tijd zal het leren
  672. de touwtjes in handen hebben
  673. de trein verdween uit het gezicht
  674. de trein vertrekt vanaf spoor 5
  675. de tweede stem zingen
  676. de vakantie heeft in totaal 2000 gulden gekost
  677. de vakantiepiek
  678. de verf dekt goed
  679. de verhoudingen op de tekening
  680. de vijand in de pan hakken
  681. de vis wordt duur betaald
  682. de vlammen sloegen me uit
  683. de vlek gaat er niet meer uit
  684. de vloer met hem aanvegen
  685. de vogel is gevlogen
  686. de vruchten ervan plukken
  687. de vuurproef doorstaan
  688. de waarheid geweld aandoen
  689. de waarheid ligt in het midden
  690. de waarheid spreken
  691. de weg stijgt
  692. de wens is de vader van de gedachte
  693. de wind gaat liggen
  694. de wind heeft vrij spel
  695. de wind van voren krijgen
  696. de wonderen zijn de wereld nog niet uit
  697. de zaak is in onderzoek
  698. de zaak komt voor
  699. de zieke is buiten gevaar
  700. de zieke is nu zo ver dat ze uit bed mag
  701. de zon schijnt
  702. de zon steekt
  703. denksporten
  704. des te beter
  705. deze boer heeft veel land
  706. deze cijfers spreken voor zich
  707. deze dieren leven in het wild
  708. deze kaart telt dubbel
  709. deze landen voeren oorlog
  710. deze stoelen worden in serie gemaakt
  711. deze week staat in het teken van het milieu
  712. dicht bij huis
  713. dichte mist
  714. die baan heb ik laten schieten
  715. die bal is in
  716. die bal zit!
  717. die bril maakt hem jong
  718. die dingen bijten elkaar niet
  719. die dingen kun je niet vergelijken
  720. die fiets is geen cent meer waard
  721. die heb ik dubbel
  722. die jurk is van het jaar nul
  723. die jurk kán niet
  724. die kan hij in zijn zak steken
  725. die leraar stelt hoge eisen
  726. die moet je met een lantaarntje zoeken
  727. die neemt geen blad voor zijn mond
  728. die opvatting wint steeds meer veld
  729. die plant staat er goed bij
  730. die reis is een hele onderneming
  731. die som is moeilijk, ik kom er niet uit
  732. die stoel is niet om aan te zien!
  733. die twee hebben iets samen
  734. die vraag brandt me op de lippen
  735. die vrije zondag is mij heilig
  736. die winkel heeft een goede naam
  737. die zanger heeft het helemaal
  738. die zin loopt goed
  739. die zit
  740. dienstregeling
  741. diep in zijn hart gaf hij haar gelijk
  742. dikke vrienden
  743. dingen door elkaar halen
  744. directe rede
  745. dit boek maakt deel uit van een verzameling
  746. dit doet me denken aan de vakantie
  747. dit geld komt ten goede aan de kerk
  748. dit is de directeur. Als zodanig zit hij de vergadering voor
  749. dit is de laatste waarschuwing!
  750. dit is niet in de haak
  751. dit leidt tot niets
  752. dit terzijde
  753. doe alsof je thuis bent!
  754. doe dan ook je best!
  755. doe dat nu niet
  756. doe hem de hartelijke groeten
  757. doe je een beetje kalm aan?
  758. doe niet zo flauw
  759. doe niet zo moeilijk!
  760. doen alsof
  761. doen alsof je neus bloedt
  762. doen wat in je vermogen ligt
  763. dolblij
  764. donkere kamer
  765. dooie vingers
  766. door bruut geweld is deze strijd gewonnen
  767. door dat restaurant is hij wel binnen
  768. door de eeuwen heen
  769. door de knieën gaan
  770. door de week
  771. door de week
  772. door de wol geverfd zijn
  773. door dik en dun
  774. door haar trots is ze niet erg geliefd
  775. door het oog van de naald kruipen
  776. door middel van
  777. door middel van ....
  778. door schade en schande wijs worden
  779. draai jij de deur op slot?
  780. drie gulden zoveel
  781. druk op hem uitoefenen
  782. druk uitoefenen
  783. drukke gordijnen
  784. dubbel en dwars
  785. Duitsland verklaart Nederland de oorlog
  786. duurt het nog langer?
  787. een aardig ding
  788. een achtergebleven gebied
  789. een achtergebleven gebied
  790. een advocaat in de arm nemen
  791. een andere koers gaan varen
  792. een appeltje voor de dorst bewaren
  793. een bad nemen
  794. een bal over het net slaan
  795. een balletje trappen
  796. een bedrijf opbouwen
  797. een begin maken
  798. een besluit nemen
  799. een bevestigend antwoord geven
  800. een bezige bij
  801. een blauwe plek
  802. een blinde muur
  803. een blinde vlek
  804. een boef vangen
  805. een boek in één adem uitlezen
  806. een bon ter waarde van een tientje
  807. een boom van een vent
  808. een brandende kwestie
  809. een brief op poten
  810. een bromfiets biedt uitkomst als je gauw moe bent
  811. een brug slaan tussen twee volken
  812. een bruin café
  813. een conclusie trekken
  814. een daad stellen
  815. een dag of wat geleden
  816. een dag of wat geleden
  817. een dak boven je hoofd hebben
  818. een decimaal getal
  819. een dezer dagen ...
  820. een dikke huid hebben
  821. een dode taal
  822. een dokter roepen
  823. een dolle boel
  824. een doos voor het kleine spul
  825. een eind aan de relatie maken
  826. een eindje lopen
  827. een enkele reis
  828. een feestje bouwen
  829. een feestje bouwen
  830. een feestje houden
  831. een fijne kam
  832. een film met een open eind
  833. een film ontwikkelen
  834. een flauwe grap
  835. een foto nemen
  836. een fraaie prestatie
  837. een functie neerleggen
  838. een gat in de markt
  839. een gat in zijn hand hebben
  840. een gebied van hoge druk
  841. een geboren metselaar
  842. een gegeven paard mag je niet in de bek kijken
  843. een geheel getal
  844. een geheim agent
  845. een gemakkelijke stoel
  846. een gepeperde rekening
  847. een gesprek op hoog niveau
  848. een gesprek voeren
  849. een gesprek voeren
  850. een gewaarschuwd man telt voor twee
  851. een gezicht van oude lappen
  852. een giftige opmerking
  853. een goed begin is het halve werk
  854. een goed woordje voor hem doen
  855. een grap met hem uithalen
  856. een groene partij
  857. een grote mond opzetten
  858. een grote of kleine boodschap
  859. een grove nalatigheid
  860. een gulle lach
  861. een halve wees
  862. een handje helpen
  863. een hartig woordje met hem spreken
  864. een heel getal
  865. een heilig huisje
  866. een hele lading water
  867. een hemellichaam
  868. een hoofd zo rood als een biet
  869. een huishouden van Jan Steen
  870. een initiatief nemen
  871. een interessante prijs
  872. een jonge borrel
  873. een jongen van Jan de Wit
  874. een kalme zee
  875. een kamer zonder meubels klinkt hol
  876. een kans voorbij laten gaan
  877. een kansje wagen
  878. een kast van een huis
  879. een kat in de zak kopen
  880. een kies trekken
  881. een kind krijgen
  882. een kind ter wereld brengen
  883. een kind verwachten
  884. een kind verwekken
  885. een klassiek voorbeeld
  886. een klein eindje
  887. een kleur krijgen
  888. een koekje van eigen deeg krijgen
  889. een kromme redenering
  890. een kwaad geweten hebben
  891. een laffe grap
  892. een lelijk gezicht zetten
  893. een leugentje om bestwil
  894. een leven als een oordeel
  895. een liefdesrelatie
  896. een lijn trekken
  897. een lui oog
  898. een luie stoel
  899. een maatregel nemen
  900. een mager resultaat
  901. een man een man, een woord een woord
  902. een man uit één stuk
  903. een man van de wereld
  904. een moeilijke jongen
  905. een nat pak halen
  906. een natuurlijke dood sterven
  907. een nieuw leven beginnen
  908. een normaal mens
  909. een normaal verschijnsel
  910. een ogenblikje alstublieft
  911. een ongeluk komt zelden alleen
  912. een ongeluk zit in een klein hoekje
  913. een ongelukkige liefde
  914. een ontkennend antwoord
  915. een onverwachte meevaller
  916. een oogje in het zeil houden
  917. een open plek in het bos
  918. een opkomende hoofdpijn
  919. een oude taart
  920. een oude tang
  921. een overeenkomst sluiten
  922. een pan op het vuur zetten
  923. een pauze inlassen
  924. een persoonlijk onderhoud
  925. een plan uitbroeden
  926. een plan verdedigen
  927. een platte neus
  928. een poging doen
  929. een politieke gevangene
  930. een probleem oplossen
  931. een proces aanspannen
  932. een proces verliezen
  933. een proces winnen
  934. een proces winnen
  935. een publiek geheim
  936. een publiek geheim
  937. een raar gezicht trekken
  938. een rechte hoek
  939. een record vestigen
  940. een regeling treffen
  941. een regen van prijzen
  942. een rein geweten
  943. een relatie aanknopen
  944. een restaurant beginnen
  945. een rol spelen
  946. een rol spelen
  947. een rommelige vergadering
  948. een rotvent
  949. een ruime jas
  950. een rustig patroon
  951. een schaduw vergeleken bij wat hij geweest is
  952. een scheepslading
  953. een schep geld
  954. een scherpe hoek
  955. een scheve schaats rijden
  956. een schot lossen
  957. een schuine mop
  958. een serie volgen op de televisie
  959. een serieuze kandidaat
  960. een slag kleiner
  961. een slag om de arm houden
  962. een spelletje met iemand spelen
  963. een standpunt innemen
  964. een stap in de goede richting
  965. een sterk werkwoord
  966. een sterke bril
  967. een sterke stijging
  968. een sterke wil
  969. een stijve krijgen
  970. een stille drinker
  971. een stoot onder de gordel
  972. een strafbaar feit
  973. een streepje voor hebben
  974. een strenge straf
  975. een strenge winter
  976. een stroom van mensen
  977. een stuk in je kraag
  978. een stuk of tien
  979. een stukje meeëten
  980. een taak aanvaarden
  981. een tekst op muziek zetten
  982. een vaag antwoord
  983. een vakantie aan zee
  984. een vaste betrekking
  985. een verband leggen tussen ...
  986. een verboden krant
  987. een vereniging oprichten
  988. een vergeten groep
  989. een verhoor afnemen
  990. een verhouding hebben
  991. een verklaring geven
  992. een verschil van dag en nacht
  993. een verschil van mening hebben
  994. een vertekend beeld geven
  995. een verzoek doen
  996. een verzonnen verhaal
  997. een vet gedrukt woord
  998. een vies woord
  999. een vinger aan de pols houden
  1000. een vinger in de pap hebben
  1001. een visueel geheugen
  1002. een voor een doken ze in het water
  1003. een voorstel aannemen
  1004. een voorstel doen
  1005. een vreemde gang van zaken
  1006. een vrij beroep
  1007. een vrije trap
  1008. een vrije vertaling
  1009. een waar paradijs
  1010. een waarheid als een koe
  1011. een wens doen
  1012. een wereld van verschil
  1013. een wettelijk voorschrift
  1014. een wettig huwelijk
  1015. een wilde staking
  1016. een wind laten
  1017. een wit voetje halen
  1018. een witte kerst
  1019. een wolk van een baby
  1020. een zelfstandig beroep
  1021. een zonnig humeur
  1022. een zure bom
  1023. een zwak argument
  1024. een zwak werkwoord
  1025. een zwakke leerling
  1026. een zware pijp roken
  1027. een zware straf
  1028. eerlijk duurt het langst
  1029. eerlijk gezegd
  1030. eerlijk gezegd heb ik geen zin
  1031. eerlijk waar?
  1032. eet smakelijk
  1033. eet smakelijk
  1034. eieren laten schrikken
  1035. eieren voor je geld kiezen
  1036. eigen baas zijn
  1037. eigen rechter spelen
  1038. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is
  1039. elkaar in de haren vliegen
  1040. elke keer
  1041. en jij was nog wel bang dat je zou zakken
  1042. en niet te vergeten onze Jan
  1043. en niet zo zuinig ook!
  1044. en wat dan nog?
  1045. enkele reis
  1046. er aandacht aan schenken
  1047. er aandacht aan schenken
  1048. er afstand van doen
  1049. er blijft niets anders over dan te vertrekken
  1050. er de hand aan houden
  1051. er de sokken in zetten
  1052. er draait een goede film
  1053. er een punt achter zetten
  1054. er een schepje bovenop doen
  1055. er een slag naar slaan
  1056. er een steentje aan bijdragen
  1057. er een zwaar hoofd in hebben
  1058. er erg in krijgen
  1059. er gaan stemmen op om ...
  1060. er gaan stemmen op om ....
  1061. er gaat me een licht op
  1062. er geen baat bij vinden
  1063. er geen doekjes om winden
  1064. er geen woorden aan vuil willen maken
  1065. er geen woorden voor hebben
  1066. er gehoor aan geven
  1067. er geld voor vangen
  1068. er geloof aan hechten
  1069. er genoeg van krijgen
  1070. er heerst een aangename temperatuur
  1071. er heerste diepe duisternis
  1072. er het zwijgen toe doen
  1073. er iets op vinden
  1074. er in de kost zijn
  1075. er is een grote kloof tussen hen
  1076. er is een kamer te huur
  1077. er is geen hoop meer voor de zieke
  1078. er is geen man overboord
  1079. er is geen touw aan vast te knopen
  1080. er is geen wolkje aan de lucht
  1081. er is geknoeid met dit paspoort
  1082. er is gelegenheid om te zwemmen
  1083. er is haast bij
  1084. er is met Barend geen land te bezeilen
  1085. er is mij iets ter ore gekomen
  1086. er is niets nieuws onder de zon
  1087. er is sprake van een loonsverhoging
  1088. er is telefoon voor je
  1089. er is werk aan de winkel
  1090. er klopt iets niet
  1091. er kwam geen hond
  1092. er kwam iets tussen
  1093. er loopt bij hem een streepje door
  1094. er met de pet naar gooien
  1095. er met frisse moed tegenaan gaan
  1096. er missen twee appels
  1097. er niet met je gedachten bij zijn
  1098. er niets van terechtbrengen
  1099. er nota van nemen
  1100. er onderdoor gaan
  1101. er ontstond brand
  1102. er staat jou nog wat te wachten
  1103. er tegenop zien
  1104. er tijd voor vinden
  1105. er valt niets te lachen
  1106. er valt weinig te beleven
  1107. er viel een pijnlijke stilte
  1108. er viel een schot
  1109. er vies van zijn
  1110. er vol van zijn
  1111. er vrede mee hebben
  1112. er vreemd van opkijken
  1113. er waarde aan hechten
  1114. er waren me daar een mensen
  1115. er waren meer mensen dan mij lief was
  1116. er waren sporen van geweld
  1117. er waren ten minste 100 mensen
  1118. er was bedrog in het spel
  1119. er was eens ....
  1120. er was geen kip
  1121. er was geen mens te bekennen
  1122. er was geen spoor van hem te bekennen
  1123. er werd op grote schaal gespijbeld
  1124. er werk van maken
  1125. er werk van maken
  1126. er wijs uit worden
  1127. er wordt dag en nacht gewerkt
  1128. er wordt voor zijn leven gevreesd
  1129. er zijn risico's aan verbonden
  1130. er zin in hebben
  1131. er zin in hebben
  1132. er zit geen trek in de schoorsteen
  1133. er zit kop noch staart aan haar verhaal
  1134. er zit niets anders op
  1135. er zorg voor dragen
  1136. er zwaait wat voor je
  1137. er zwaar aan tillen
  1138. eraan moeten geloven
  1139. erachter komen
  1140. erbij zijn
  1141. ergens aan komen
  1142. ergens aan werken
  1143. ergens aan zitten
  1144. ergens anders
  1145. ergens de hand op weten te leggen
  1146. ergens gestalte aan geven
  1147. ergens jacht op maken
  1148. ergens jacht op maken
  1149. ergens mee zitten
  1150. ergens om zitten te springen
  1151. ergens sterk in zijn
  1152. ergens tegenaan schoppen
  1153. ergens verandering in brengen
  1154. erin stinken
  1155. erin stinken
  1156. erin tuinen
  1157. erin vliegen
  1158. ermee blijven zitten
  1159. ermee in je schik zijn
  1160. ermee op de proppen komen
  1161. ermee voor de dag komen
  1162. ermee voor de draad komen
  1163. erover in spanning zitten
  1164. eruit stappen
  1165. eruit vliegen
  1166. ervandoor gaan
  1167. ervaring hebben
  1168. ervoor geschapen zijn
  1169. eten met lange tanden
  1170. eten wat de pot schaft
  1171. even goede vrienden
  1172. exacte vakken
  1173. familielid
  1174. financiële steun
  1175. flexibele werktijden
  1176. ga eens aan de kant
  1177. ga ik zo goed? nee, je gaat de verkeerde kant op
  1178. ga je gang
  1179. gaan met die banaan!
  1180. gastarbeider
  1181. gauw aangebrand zijn
  1182. gauw op zijn teentjes getrapt zijn
  1183. geachte aanwezigen
  1184. geachte heer ..../geachte mevrouw ....
  1185. geboortenregeling
  1186. gebruik je alcohol? met mate
  1187. gebruik je verstand!
  1188. geef op!
  1189. geen dank!
  1190. geen haar op m'n hoofd die eraan denkt
  1191. geen poot hebben om op te staan
  1192. geen poot uitsteken
  1193. geen rook zonder vuur
  1194. geen sprake van!
  1195. geen sprake van!
  1196. geen vinger uitsteken
  1197. geen wonder dat hij gevallen is
  1198. geen zee gaat hem te hoog
  1199. gehoor vinden bij iemand
  1200. gek genoeg heb ik niets van haar gehoord
  1201. geklets in de ruimte
  1202. geld op zak hebben
  1203. geld opnemen
  1204. geld opzij leggen
  1205. geld speelt geen rol
  1206. gelijke rechten hebben
  1207. gelukkig gaat het goed
  1208. gelukkig nieuwjaar
  1209. gemak dient de mens
  1210. gemeenschap hebben
  1211. gemeenteraad
  1212. genoeg voor een weeshuis
  1213. gepeperde taal
  1214. gestolen goed gedijt niet
  1215. gestolen goed gedijt niet
  1216. gezond van lijf en leden
  1217. gezondheid! (als je een gekregen drankje opdrinkt)
  1218. gezworen vijanden
  1219. god zij dank kwam hij op tijd
  1220. goed af zijn
  1221. goed beslagen ten ijs komen
  1222. goed boeren
  1223. goed en wel was hij thuis ....
  1224. goed in het vlees zitten
  1225. goed op medicijnen reageren
  1226. goed voor de dag komen
  1227. goed voor de dorst
  1228. goed zo
  1229. goede morgen
  1230. goede raad is duur
  1231. goede wijn behoeft geen krans
  1232. goedkope grapjes
  1233. Goof valt als een blok in slaap
  1234. gooi het maar in de groep
  1235. grappen maken
  1236. grijp je kans!
  1237. groeien als kool
  1238. groot geld
  1239. grote mensen
  1240. grote tegenstellingen tussen de partijen
  1241. grove taal uitslaan
  1242. haar leven hangt aan een zijden draad
  1243. haar mijn liefde verklaren
  1244. haar op de tanden hebben
  1245. haastige spoed is zelden goed
  1246. half werk leveren
  1247. hals over kop
  1248. handel drijven
  1249. Harm is erg zwaar op de hand
  1250. hartelijk dank
  1251. hartje zomer
  1252. Hassan is erg op de centen
  1253. heb het hart niet!
  1254. heb ik mijn sleutels hier laten liggen?
  1255. heb je al een indruk van hem?
  1256. heb je dat boek bij je?
  1257. heb je hem al in kennis gesteld?
  1258. heb je lekker gegeten? nou, en of!
  1259. heb jij al een vriendje, Anna?
  1260. hebt u vuur?
  1261. heen en weer
  1262. heilig boontje!
  1263. help me onthouden
  1264. help!!
  1265. hem aan de tand voelen
  1266. hem aan het woord laten
  1267. hem aan zijn jasje trekken
  1268. hem belachelijk maken
  1269. hem ben ik uit het oog verloren
  1270. hem bereid vinden
  1271. hem buiten spel zetten
  1272. hem de hand boven het hoofd houden
  1273. hem de hand boven het hoofd houden
  1274. hem de hand drukken
  1275. hem de hand schudden
  1276. hem de hemel in prijzen
  1277. hem de huid vol schelden
  1278. hem de laatste eer bewijzen
  1279. hem de les lezen
  1280. hem de rug toekeren
  1281. hem de ruimte geven
  1282. hem de schuld geven
  1283. hem de waarheid zeggen
  1284. hem de weg wijzen
  1285. hem de wet voorschrijven
  1286. hem de wind uit de zeilen nemen
  1287. hem de zak geven
  1288. hem door elkaar schudden
  1289. hem dronken voeren
  1290. hem een hand geven
  1291. hem een handje helpen
  1292. hem een kans geven
  1293. hem een oor aannaaien
  1294. hem een poot uitdraaien
  1295. hem een proces aandoen
  1296. hem een rad voor ogen draaien
  1297. hem een rad voor ogen draaien
  1298. hem een spiegel voorhouden
  1299. hem erbovenop helpen
  1300. hem geen haar krenken
  1301. hem gelijk geven
  1302. hem het bloed onder de nagels vandaan halen
  1303. hem het bos in sturen
  1304. hem het gras voor de voeten wegmaaien
  1305. hem het mes op de keel zetten
  1306. hem het vuur na aan de schenen leggen
  1307. hem het zwijgen opleggen
  1308. hem iets aanwrijven
  1309. hem iets in de weg leggen
  1310. hem iets op het hart drukken
  1311. hem iets op het hart drukken
  1312. hem iets voor de voeten gooien
  1313. hem in de gaten houden
  1314. hem in de kaart spelen
  1315. hem in de schaduw stellen
  1316. hem in de tang nemen
  1317. hem in de wielen rijden
  1318. hem in dienst nemen
  1319. hem in een hoek dringen
  1320. hem in het vizier krijgen
  1321. hem in het zonnetje zetten
  1322. hem in je armen sluiten
  1323. hem in vertrouwen nemen
  1324. hem in zijn waarde laten
  1325. hem knijpen als een oude dief
  1326. hem knijpen als een oude dief
  1327. hem koeien met gouden horens beloven
  1328. hem kort houden
  1329. hem koud maken
  1330. hem kun je wel iets op de mouw spelden
  1331. hem lastig vallen
  1332. hem links laten liggen
  1333. hem met 'u' aanspreken
  1334. hem met grote ogen aankijken
  1335. hem met open armen ontvangen
  1336. hem met open armen ontvangen
  1337. hem met open vizier bestrijden
  1338. hem met raad en daad bijstaan
  1339. hem met rust laten
  1340. hem met zijn neus op de feiten drukken
  1341. hem moed inspreken
  1342. hem naar de andere wereld helpen
  1343. hem om de hals vliegen
  1344. hem om zeep helpen
  1345. hem onder de duim houden
  1346. hem onder druk zetten
  1347. hem onder schot nemen
  1348. hem onder vuur nemen
  1349. hem op de hoogte brengen
  1350. hem op de huid zitten
  1351. hem op de kast jagen
  1352. hem op de vingers tikken
  1353. hem op de voet volgen
  1354. hem op een idee brengen
  1355. hem op gang helpen
  1356. hem op het hart trappen
  1357. hem op kosten jagen
  1358. hem op stang jagen
  1359. hem op weg helpen
  1360. hem op weg helpen
  1361. hem op zijn ziel trappen
  1362. hem over de grens zetten
  1363. hem plat spuiten
  1364. hem schade berokkenen
  1365. hem serieus nemen
  1366. hem te gronde richten
  1367. hem te kort doen
  1368. hem te pakken krijgen
  1369. hem te pakken nemen
  1370. hem te vlug af zijn
  1371. hem te vriend houden
  1372. hem te woord staan
  1373. hem tegen het lijf lopen
  1374. hem ter verantwoording roepen
  1375. hem ter wille zijn
  1376. hem ter zijde staan
  1377. hem thuis treffen
  1378. hem tot andere gedachten brengen
  1379. hem tot de orde roepen
  1380. hem tot zwijgen brengen
  1381. hem uit de weg gaan
  1382. hem uit de weg ruimen
  1383. hem uit het gezicht verliezen
  1384. hem uitmaken voor alles wat mooi en lelijk is
  1385. hem vals beschuldigen
  1386. hem van de sokken rijden
  1387. hem van de trein halen
  1388. hem van de wal in de sloot helpen
  1389. hem verantwoordelijk stellen
  1390. hem verdriet doen
  1391. hem vies te pakken nemen
  1392. hem voor de gek houden
  1393. hem voor de voeten lopen
  1394. hem voor rotte vis uitmaken
  1395. hem voor vol aanzien
  1396. hem vuil aankijken
  1397. hem wakker schudden
  1398. hem wakker schudden
  1399. hem wordt diefstal ten laste gelegd
  1400. hem zand in de ogen strooien
  1401. hem zijn gang laten gaan
  1402. hem zijn vet geven
  1403. hem zijn zin geven
  1404. hem zwart maken
  1405. Henk is in de leer bij een timmerman
  1406. herrie schoppen
  1407. het aan de gang krijgen
  1408. het aan de grote klok hangen
  1409. het aan de orde stellen
  1410. het aan stukken slaan
  1411. het antwoord schiet me niet te binnen
  1412. het bed houden
  1413. het been stijfhouden
  1414. het beestje bij de naam noemen
  1415. het beste paard van stal
  1416. het beste!
  1417. het bestuur moet met de billen bloot
  1418. het bijltje erbij neergooien
  1419. het bloed kruipt waar het niet gaan kan
  1420. het bord wissen
  1421. het bruidspaar
  1422. het buiten beschouwing laten
  1423. het dagelijks bestuur
  1424. het dier een spuitje geven
  1425. het doel heiligt de middelen
  1426. het doel van de reis
  1427. het door de vingers zien
  1428. het drong niet tot me door
  1429. het eens worden
  1430. het ei van Columbus
  1431. het eind is zoek
  1432. het eind van het liedje was ...
  1433. het ene oor in, het andere uit
  1434. het ermee in verband brengen
  1435. het eten is schoon op
  1436. het examen halen
  1437. het feest is in het water gevallen
  1438. het fijne van de zaak vertelt hij niet
  1439. het fijne van de zaak wisten we niet
  1440. het gaat haar om dat horloge
  1441. het gaat hard tegen hard tussen hen
  1442. het gaat hem goed/slecht af
  1443. het gaat hem voor de wind
  1444. het gaat hoe langer hoe slechter
  1445. het gaat je niet in je kouwe kleren zitten
  1446. het gaat me aan het hart
  1447. het gaat wel
  1448. het gebouw wordt druk bezocht
  1449. het gedicht trof mij
  1450. het geld groeit me niet op de rug
  1451. het geld ligt voor het grijpen
  1452. het geluid draagt ver
  1453. het gevaar is geweken
  1454. het gewone volk
  1455. het ging er warm aan toe
  1456. het ging van mond tot mond
  1457. het goede voorbeeld geven
  1458. het groeit me boven het hoofd
  1459. het grote publiek
  1460. het grote publiek
  1461. het grove werk
  1462. het hangt mij de keel uit
  1463. het hart klopte in mijn keel
  1464. het heeft aan een stuk door geregend
  1465. het hele spul ging buiten spelen
  1466. het hele stel
  1467. het hem aan zijn verstand brengen
  1468. het hem in de schoenen schuiven
  1469. het hem kwalijk nemen
  1470. het hindert niet
  1471. het hoekje om gaan
  1472. het hoofd boven water houden
  1473. het hoofd laten hangen
  1474. het hoofd neerleggen
  1475. het hoofd verliezen
  1476. het huis is in stijl ingericht
  1477. het huis is te koop
  1478. het ijzer smeden als het heet is
  1479. het in beweging zetten
  1480. het in de gaten hebben
  1481. het in de gaten houden
  1482. het in de hand werken
  1483. het in de praktijk brengen
  1484. het in de vingers hebben
  1485. het in een andere vorm gieten
  1486. het in elkaar zetten
  1487. het in elkaar zetten
  1488. het in ere herstellen
  1489. het in gebruik nemen
  1490. het in gedachten houden
  1491. het in geuren en kleuren vertellen
  1492. het in geuren en kleuren vertellen
  1493. het in geuren en kleuren vertellen
  1494. het in goede banen leiden
  1495. het in orde maken
  1496. het in orde maken
  1497. het in stand houden
  1498. het is achter de rug
  1499. het is algemeen bekend
  1500. het is allemaal één pot nat
  1501. het is altijd baas boven baas
  1502. het is altijd hetzelfde liedje
  1503. het is bitter koud
  1504. het is boter bij de bis
  1505. het is buigen of barsten
  1506. het is een aflopende zaak
  1507. het is een drukte van belang
  1508. het is een feit dat Jan geluk had
  1509. het is een film met weinig inhoud
  1510. het is een geluk dat jij de weg weet
  1511. het is een kilometer of tien
  1512. het is een kwestie van opschieten
  1513. het is een wonder dat hij nog leeft
  1514. het is géén gezicht
  1515. het is geen wet van Meden en Perzen
  1516. het is haar aan te zien dat ze bijna vijftig is
  1517. het is hem in de bol geslagen
  1518. het is huilen met de pet op
  1519. het is in elk opzicht zijn vader
  1520. het is jammer dat je niet mee kunt
  1521. het is kort dag
  1522. het is kwart over tien
  1523. het is maar al te duidelijk
  1524. het is maar al te waar
  1525. het is meer dan erg
  1526. het is mij om het even
  1527. het is morgen weer vroeg dag
  1528. het is net echt
  1529. het is niet anders
  1530. het is nog niet officieel
  1531. het is op een oor na gevild
  1532. het is op slag van zessen
  1533. het is rustig op straat
  1534. het is samen 100 gulden
  1535. het is slecht met haar gesteld
  1536. het is spaak gelopen
  1537. het is stilte voor de storm
  1538. het is te hopen
  1539. het is tijd om te vertrekken
  1540. het is tot een breuk gekomen tussen hen
  1541. het is van de baan
  1542. het is vlees noch vis
  1543. het is volle maan
  1544. het is voor elkaar
  1545. het is voor negenennegentig procent zeker
  1546. het is weer koek en ei
  1547. het is weer mooi geweest
  1548. het is werkelijk waar
  1549. het is wisselend bewolkt
  1550. het is zaak om ...
  1551. het is zo bekeken
  1552. het is zo gebeurd
  1553. het jawoord
  1554. het je voor de geest halen
  1555. het jonge paar
  1556. het kan elk ogenblik beginnen
  1557. het kan ermee door
  1558. het kan me geen moer schelen
  1559. het kan me niet schelen
  1560. het kan niet op
  1561. het kan niet op!
  1562. het kan verkeren
  1563. het kan wel lijden
  1564. het kind is uit zijn doen
  1565. het kind zette een keel op
  1566. het kleinste kamertje
  1567. het klokje rond slapen
  1568. het klokje van gehoorzaamheid
  1569. het klopt als een bus
  1570. het komt niet zo nauw
  1571. het komt op zijn pootjes terecht
  1572. het komt voor de bakker!
  1573. het komt wel goed
  1574. het koninklijk huis
  1575. het koninklijk paar
  1576. het lag op mijn lippen
  1577. het land is dicht bevolkt
  1578. het land is dun bevolkt
  1579. het land is rijk aan olie
  1580. het laten zien
  1581. het leven schenken aan een baby
  1582. het ligt daar maar voor oud vuil
  1583. het ligt in de bedoeling ...
  1584. het lijdt geen twijfel
  1585. het lijkt in de verste verte niet
  1586. het loodje leggen
  1587. het loopt slecht met hem af
  1588. het loopt snel af met hem
  1589. het loopt tegen acht uur
  1590. het loopt ten einde
  1591. het loopt uit de hand
  1592. het loopt uit de hand
  1593. het lukt me vast wel
  1594. het mag geen naam hebben
  1595. het mannelijk lid
  1596. het mes snijdt aan twee kanten
  1597. het met de grond gelijkmaken
  1598. het met huid en haar opeten
  1599. het met wortel en tak uitroeien
  1600. het Midden-Oosten
  1601. het ministerie van Sociale Zaken
  1602. het mocht niet baten
  1603. het naadje van de kous willen weten
  1604. het neemt vaste vorm aan
  1605. het niet onder stoelen of banken steken
  1606. het niet op je laten zitten
  1607. het niet over je kant laten gaan
  1608. het nieuw leven inblazen
  1609. het nieuws ging als een lopend vuurtje
  1610. het nieuws sloeg in als een bom
  1611. het onder de knie hebben
  1612. het onder tafel vegen
  1613. het ontbreekt hem aan moed
  1614. het op de lange baan schuiven
  1615. het op de oude voet voortzetten
  1616. het op een akkoordje gooien
  1617. het op een lopen zetten
  1618. het op papier zetten
  1619. het over het hoofd zien
  1620. het over het hoofd zien
  1621. het paard achter de wagen spannen
  1622. het pad was een en al blad
  1623. het particulier initiatief
  1624. het plan de grond in boren
  1625. het recht op de man af vragen
  1626. het recht van de sterkste
  1627. het regent complimenten
  1628. het regent dat het giet
  1629. het roer in handen hebben
  1630. het roer moet om
  1631. het scheelde niet veel of ik was gevallen
  1632. het schip ingaan
  1633. het schip is in de lucht gevlogen
  1634. het schip neemt brandstof in
  1635. het schooljaar
  1636. het schoot hem te binnen
  1637. het schot miste zijn doel
  1638. het slachtoffer is nog in leven
  1639. het spoor bijster zijn
  1640. het staat of valt met ....
  1641. het steekt hem dat ....
  1642. het stinkt hier!
  1643. het stuit me tegen de borst
  1644. het te pakken hebben
  1645. het te weten komen
  1646. het tegen hem opnemen
  1647. het ter tafel brengen
  1648. het ter zijde leggen
  1649. het toneel van de strijd
  1650. het toneelstuk trekt veel publiek
  1651. het trekt
  1652. het trekvermogen van een tractor
  1653. het uit de handel nemen
  1654. het uit zijn verband rukken
  1655. het uur der waarheid
  1656. het valt hem zwaar
  1657. het valt me zwaar
  1658. het valt met geen pen te beschrijven
  1659. het van buiten kennen
  1660. het van buiten leren
  1661. het van de daken schreeuwen
  1662. het van de grond krijgen
  1663. het van de hand wijzen
  1664. het van de hand wijzen
  1665. het veilig opbergen
  1666. het veld ruimen
  1667. het ver schoppen
  1668. het verder vertellen
  1669. het verder vertellen
  1670. het verdwijnt als sneeuw voor de zon
  1671. het verhaal gaat ....
  1672. het verhaal wil dat ....
  1673. het verkeer is lam gelegd
  1674. het vertoont een stijgende lijn
  1675. het vijfde wiel aan de wagen
  1676. het voert te ver om hierop in te gaan
  1677. het voor de geest halen
  1678. het voor hem opnemen
  1679. het voor het zeggen hebben
  1680. het voor je plezier doen
  1681. het voor waar aannemen
  1682. het voor zich houden
  1683. het voorafje
  1684. het voorstel erdoor drukken
  1685. het voorstel is met algemene stemmen aangenomen
  1686. het vriest dat het kraakt
  1687. het vuile werk opknappen
  1688. het vuur grijpt om zich heen
  1689. het vuur openen
  1690. het warm aanbevelen
  1691. het warm krijgen
  1692. het was een dubbeltje op zijn kant
  1693. het was een klap voor hem
  1694. het was iets in de geest van ....
  1695. het was kantje boord
  1696. het was mij een waar genoegen
  1697. het was niet persoonlijk bedoeld
  1698. het was ouderwets gezellig
  1699. het was passen en meten
  1700. het water loopt me in de mond
  1701. het werpt vruchten af
  1702. het Westen
  1703. het wezen van de mens is ....
  1704. het wiel opnieuw uitvinden
  1705. het wilde westen
  1706. het witte doek
  1707. het woord tot hem richten
  1708. het woord tot hem richten
  1709. het woord voeren
  1710. het woordenboek moest eraan te pas komen
  1711. het wordt hoog tijd
  1712. het zag er zwart van de mensen
  1713. het zal ervan afhangen
  1714. het zal je gebeuren
  1715. het zal mijn tijd wel duren
  1716. het zal zo'n vaart niet lopen
  1717. het zien zitten
  1718. het ziet er lelijk voor je uit
  1719. het zilte nat
  1720. het zinkende schip verlaten
  1721. het zit er niet in dat ...
  1722. het zit erop
  1723. het zit in de lucht
  1724. het zit me tot hier
  1725. het zonder erg gedaan hebben
  1726. het zwakke geslacht
  1727. het zwart op wit willen hebben
  1728. het zwarte werelddeel
  1729. hier is ruimte te over
  1730. hierbij deel ik u mee ....
  1731. hij antwoordde als volgt
  1732. hij bakt ze weer bruin
  1733. hij begaf zich op gevaarlijk terrein
  1734. hij behartigt mijn belangen
  1735. hij beloofde ons gouden bergen
  1736. hij bleef maar eten
  1737. hij bleef ontkennen
  1738. hij blijft op zijn standpunt staan
  1739. hij blijft zichzelf
  1740. hij boog als een knipmes voor me
  1741. hij bracht het er levend van af
  1742. hij deed het met liefde
  1743. hij deed het niet van harte
  1744. hij deed of hij mij niet zag
  1745. hij doet alsof zij lucht is
  1746. hij doet dat met stijl
  1747. hij doet dat voor zijn plezier
  1748. hij doet zich te goed aan paling
  1749. hij doet zo lelijk tegen mij
  1750. hij drinkt een fles jenever per dag
  1751. hij gaat altijd tegen de draad in
  1752. hij gaat er flink tegenaan
  1753. hij gaat eraan
  1754. hij gaat met de kippen op stok
  1755. hij gaat onder het mes
  1756. hij gaat op voor het examen
  1757. hij gaat zijn boekje te buiten
  1758. hij gaf de geest
  1759. hij gaf een teken van leven
  1760. hij gaf het bedrijf een financiële injectie
  1761. hij gaf niet thuis
  1762. hij gaf taal noch teken
  1763. hij geeft altijd de toon aan
  1764. hij geeft daar hoog van op
  1765. hij geeft gas
  1766. hij geeft met gulle hand
  1767. hij geeft opening van zaken
  1768. hij geeft zich gewonnen
  1769. hij geeft zijn mening over het onderwerp
  1770. hij ging ervoor zitten
  1771. hij ging onderuit met die onderneming
  1772. hij ging op zijn gevoel af
  1773. hij ging uit een ander vaatje tappen
  1774. hij glimt van plezier
  1775. hij had een helder ogenblik
  1776. hij had een kop als een boei
  1777. hij had geen concurrentie
  1778. hij had het er moeilijk mee
  1779. hij had het hoogste woord
  1780. hij had het nakijken
  1781. hij had niets te melden
  1782. hij heeft 'm om
  1783. hij heeft altijd geluk
  1784. hij heeft boter op zijn hoofd
  1785. hij heeft daar verstand van
  1786. hij heeft dat per ongeluk gedaan
  1787. hij heeft de bezem erdoor gehaald
  1788. hij heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt
  1789. hij heeft de kosten eruit
  1790. hij heeft de tijd
  1791. hij heeft de wind eronder
  1792. hij heeft een aardig centje
  1793. hij heeft een bord voor zijn kop
  1794. hij heeft een gat in zijn hand
  1795. hij heeft een grote praktijk
  1796. hij heeft een kleur als een biet
  1797. hij heeft een onbetrouwbaar uiterlijk
  1798. hij heeft een oogje op jou
  1799. hij heeft een plan uitgebroed
  1800. hij heeft een rijke verbeelding
  1801. hij heeft een ruim inkomen
  1802. hij heeft een scherp gehoor
  1803. hij heeft een schort voor
  1804. hij heeft een vet salaris
  1805. hij heeft er slag van
  1806. hij heeft geen been om op te staan
  1807. hij heeft geen dak boven zijn hoofd
  1808. hij heeft geen hemd aan zijn lijf
  1809. hij heeft geen karakter
  1810. hij heeft geen leven bij haar
  1811. hij heeft geen reden tot klagen
  1812. hij heeft gevoel voor humor
  1813. hij heeft goede relaties
  1814. hij heeft goeie zin
  1815. hij heeft haar voor zich gewonnen
  1816. hij heeft hart voor de zaak
  1817. hij heeft het 'm geleverd
  1818. hij heeft het achter de ellebogen
  1819. hij heeft het in dank aanvaard
  1820. hij heeft het in zijn rug
  1821. hij heeft het me in de maag gesplitst
  1822. hij heeft het naar zijn zin
  1823. hij heeft het niet met zoveel woorden gezegd
  1824. hij heeft het tegen wil en dank gedaan
  1825. hij heeft het weer op zijn heupen
  1826. hij heeft lange vingers
  1827. hij heeft last van zijn geweten
  1828. hij heeft maar een klein hartje
  1829. hij heeft maar een vingerhoedje verstand
  1830. hij heeft meerdere ijzers in het vuur
  1831. hij heeft niet veel kleur
  1832. hij heeft niets te klagen
  1833. hij heeft niets te vrezen
  1834. hij heeft partij gekozen voor zijn vrouw
  1835. hij heeft praatjes
  1836. hij houdt de boot af
  1837. hij houdt er een sportwagen op na
  1838. hij houdt zich van de domme
  1839. hij is aan de beterende hand
  1840. hij is aan het eind van zijn Latijn
  1841. hij is al de hele dag in touw
  1842. hij is al op leeftijd
  1843. hij is al veel verder dan ik
  1844. hij is als leraar aan deze school verbonden
  1845. hij is bij het onderwijs
  1846. hij is buiten kennis
  1847. hij is daar geboren en getogen
  1848. hij is de geestelijke vader van dat plan
  1849. hij is de klos
  1850. hij is door het dolle heen
  1851. hij is een blok aan mijn been
  1852. hij is een echte zoon van zijn vader
  1853. hij is een goed psycholoog
  1854. hij is een kind van zijn tijd
  1855. hij is een man van de klok
  1856. hij is een nachtmens
  1857. hij is enig in zijn soort
  1858. hij is er de man niet naar
  1859. hij is er geweest
  1860. hij is er slecht aan toe
  1861. hij is er slecht aan toe
  1862. hij is geen knip voor zijn neus waard
  1863. hij is gewogen en te licht bevonden
  1864. hij is heel direct
  1865. hij is heel wat mans
  1866. hij is in diepe rust
  1867. hij is in geen velden of wegen te bekennen
  1868. hij is in staat om ....
  1869. hij is in zijn element
  1870. hij is in zijn tweede jeugd
  1871. hij is in zijn voordeel veranderd
  1872. hij is mans genoeg
  1873. hij is mans genoeg omdat probleem op te lossen
  1874. hij is met de helm geboren
  1875. hij is mij niet tot last
  1876. hij is mijn steun en toeverlaat
  1877. hij is niet de eerste de beste
  1878. hij is niet goed bij zijn hoofd
  1879. hij is niet goed bij zijn verstand
  1880. hij is niet goed wijs
  1881. hij is niet om te harden
  1882. hij is niet wijzer
  1883. hij is nog niet droog achter zijn oren
  1884. hij is onder een hoedje te vangen
  1885. hij is Oostindisch doof
  1886. hij is op de fles gegaan
  1887. hij is op de kop af veertig jaar
  1888. hij is op sterven na dood
  1889. hij is op zijn minst veertig jaar
  1890. hij is per 1 maart in dienst getreden
  1891. hij is per slot van rekening volwassen
  1892. hij is rond de vijftig
  1893. hij is streng in de leer
  1894. hij is ten dode opgeschreven
  1895. hij is ter zake kundig
  1896. hij is toch nog gekomen
  1897. hij is tot alles in staat
  1898. hij is uit het goede hout gesneden
  1899. hij is uit het lood geslagen
  1900. hij is van de trap gevallen
  1901. hij is van de verkeerde kant
  1902. hij is van de verkeerde kant
  1903. hij is van goede wil
  1904. hij is voor geen kleintje vervaard
  1905. hij is voor het ongeluk geboren
  1906. hij is weer op vrije voeten
  1907. hij is wezen schaatsen
  1908. hij is zichtbaar gelukkig
  1909. hij is zijn tijd vooruit
  1910. hij is zo druk als een klein baasje
  1911. hij is zo hard als een spijker
  1912. hij is zo rond als een ton
  1913. hij is zuiver op de graat
  1914. hij kan bergen verzetten
  1915. hij kan de pot op
  1916. hij kan een potje bij me breken
  1917. hij kan elk ogenblik komen
  1918. hij kan er geen genoeg van krijgen
  1919. hij kan geen maat houden
  1920. hij kan geen orde houden
  1921. hij kan ieder moment komen
  1922. hij kan leuk uit de hoek komen
  1923. hij kan me niets maken
  1924. hij kan veel missen
  1925. hij keek me met grote ogen aan
  1926. hij keek wel op zijn neus
  1927. hij kijkt alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft
  1928. hij kijkt niet zo nauw
  1929. hij kletst mij de oren van het hoofd
  1930. hij klopt zich op de borst
  1931. hij komt het wel weer te boven
  1932. hij komt in het geweer
  1933. hij komt nog wel op de koffie
  1934. hij komt van buiten
  1935. hij komt vast wel
  1936. hij kon de slaap niet vatten
  1937. hij kookte van woede
  1938. hij kreeg de volle laag
  1939. hij kreeg op zijn flikker
  1940. hij krijgt een pak slaag
  1941. hij krijgt een pak voor zijn broek
  1942. hij krijgt heel wat voor zijn kiezen
  1943. hij krijgt het met iedereen aan de stok
  1944. hij krijgt zijn diploma niet cadeau
  1945. hij krijgt zijn trekken thuis
  1946. hij kucht uit gewoonte
  1947. hij kwam als beste uit de bus
  1948. hij kwam op mij af
  1949. hij kwam op straat te staan
  1950. hij kwam tot de conclusie dat ze gek was
  1951. hij kwam weer boven water
  1952. hij laat de kaas van zijn brood eten
  1953. hij laat er geen gras over groeien
  1954. hij laat het er niet bij zitten
  1955. hij lacht zich een ongeluk
  1956. hij lapt dat aan zijn laars
  1957. hij leeft in een eigen wereld
  1958. hij leeft van de lucht
  1959. hij leeft voor zijn gezin
  1960. hij leest rijp en groen
  1961. hij legt het er dik bovenop
  1962. hij leidt een gemakkelijk leventje
  1963. hij levert een geweldige prestatie
  1964. hij liegt alsof het gedrukt staat
  1965. hij liep zonder jas: hij is dan ook ziek geworden
  1966. hij ligt aan de monitor in het ziekenhuis
  1967. hij ligt nog op één oor
  1968. hij ligt op sterven
  1969. hij loopt als een kievit
  1970. hij loopt naast zijn schoenen van trots
  1971. hij maakt een eind aan het gesprek
  1972. hij maakt er een eind aan
  1973. hij maakt er niet veel van
  1974. hij maakt erg makkelijk contact
  1975. hij maakt haar het leven zuur
  1976. hij maakt het niet lang meer
  1977. hij maakte een goede beurt
  1978. hij maakte een goede indruk
  1979. hij mag er wezen!
  1980. hij mag er zijn hoor!
  1981. hij mag gezien worden
  1982. hij meent het goed met ons
  1983. hij moest terug naar af
  1984. hij moest zo nodig weer een mop vertellen
  1985. hij moet er veel moeite voor doen
  1986. hij moet over de brug komen
  1987. hij moet over de knie
  1988. hij moet zijn eigen boontjes maar doppen
  1989. hij neemt de benen
  1990. hij neemt een ander standpunt in
  1991. hij neemt geen blad voor de mond
  1992. hij neemt het initiatief
  1993. hij neemt het niet zo nauw
  1994. hij neemt iedereen tegen zich in
  1995. hij prijst zichzelf uit de markt
  1996. hij probeert zijn verdriet te verbergen
  1997. hij reed onder invloed
  1998. hij roept de bestuursleden bij elkaar
  1999. hij schijnt weer te werken
  2000. hij schudt dat zomaar uit zijn mouw
  2001. hij slaakt een diepe zucht
  2002. hij slaapt als een roos
  2003. hij slaapt als een roos
  2004. hij slaat de plank mis
  2005. hij slaat erop los
  2006. hij sliep het klokje rond
  2007. hij sloeg een andere toon aan
  2008. hij speelt de baas
  2009. hij speelt op zeker
  2010. hij spitste de oren
  2011. hij sprak twee uur achter elkaar
  2012. hij staat aan de top
  2013. hij staat aan het hoofd
  2014. hij staat boven de wet
  2015. hij staat hoog te boek
  2016. hij staat in het midden
  2017. hij staat met één been in het graf
  2018. hij staat onder ede
  2019. hij staat op de hoogste trap van de maatschappelijke ladder
  2020. hij staat zijn mannetje wel
  2021. hij stelt een fiets beschikbaar
  2022. hij stond bij me op de stoep
  2023. hij studeert medicijnen
  2024. hij studeert rechten
  2025. hij trok de stoute schoenen aan
  2026. hij vaart
  2027. hij valt door de mand
  2028. hij verdient het zout in de pap niet
  2029. hij verkeert in een gunstige positie
  2030. hij verkeert in moeilijke omstandigheden
  2031. hij verklaarde zich bereid om ....
  2032. hij verklaart haar zijn liefde
  2033. hij verkoopt die kast met winst
  2034. hij verstaat zijn vak
  2035. hij vertelt lelijke dingen over mij
  2036. hij vertoonde tekenen van angst
  2037. hij vertrok geen spier
  2038. hij volgt de harde lijn
  2039. hij vroeg om stilte
  2040. hij was de gebeten hond
  2041. hij was één en al oor
  2042. hij was er als de kippen bij
  2043. hij was goed en wel in Rome toen ...
  2044. hij was in tranen
  2045. hij was nergens meer
  2046. hij was niet echt boos, maar hij deed alsof
  2047. hij was niet te genieten
  2048. hij was ter plaatse
  2049. hij was zo bang dat zijn knieën knikten
  2050. hij weegt toch al gauw 10 kilo
  2051. hij weet altijd alles beter
  2052. hij weet daar wel raad op
  2053. hij weet er geen flikker van
  2054. hij weet niet wat er boven zijn hoofd hangt
  2055. hij weet niet wat hem daar te wachten staat
  2056. hij weet van aanpakken!
  2057. hij weet van voren niet dat hij van achteren leeft
  2058. hij weet zijn plannen goed te verkopen
  2059. hij wekte de indruk dat ...
  2060. hij werd er niet warm of koud van
  2061. hij werkt met de ellebogen
  2062. hij wil zich doen gelden
  2063. hij wil zijn oude beroep weer opnemen
  2064. hij wilde met alle geweld mee
  2065. hij wint aan invloed
  2066. hij wist niet beter
  2067. hij woont op kamers
  2068. hij wordt op het matje geroepen
  2069. hij wordt van school verwijderd
  2070. hij wringt zich in alle bochten
  2071. hij zag kans om ....
  2072. hij zag zijn kans schoon
  2073. hij zal het niet lang meer maken
  2074. hij zal het nog ver brengen
  2075. hij zal het nog ver schoppen
  2076. hij zal wel een toontje lager zingen
  2077. hij zat met zijn rug naar het raam toe
  2078. hij zegt van wel
  2079. hij zet alles op het spel
  2080. hij zet het op een lopen
  2081. hij zette er flink de gang in
  2082. hij zette toch een grote mond op!
  2083. hij ziet eruit om te stelen
  2084. hij ziet ze vliegen
  2085. hij zingt het hoogste lied
  2086. hij zit als een vorst
  2087. hij zit de hele tijd te gapen
  2088. hij zit ernaast
  2089. hij zit geen minuut stil
  2090. hij zit hem op zijn nek
  2091. hij zit hoog en droog thuis
  2092. hij zit in het schip
  2093. hij zit met de gebakken peren
  2094. hij zit tegen zijn plafond
  2095. hij zit uit zijn neus te eten
  2096. hij zit weer slap te kletsen
  2097. hij zoekt gezelschap
  2098. hij zweert het bij hoog en bij laag
  2099. hij zwemt in het geld
  2100. hoe bestaat het!
  2101. hoe gaat het? het gaat wel.
  2102. hoe heet hij ook al weer
  2103. hoe is het mogelijk!
  2104. hoe kom je aan die hoed?
  2105. hoe kom je daar bij?
  2106. hoe kom je daarbij
  2107. hoe komt dat?
  2108. hoe laat begint de les ook al weer
  2109. hoe laat is het?
  2110. hoe lang doe je daar over?
  2111. hoe meer zielen hoe meer vreugd
  2112. hoe wil hij dat doen?
  2113. hoe zit dat in elkaar?
  2114. hoe zo?
  2115. hoe zo?
  2116. hoge bomen vangen veel wind
  2117. hoge ogen gooien
  2118. Hoge Raad
  2119. hoge verwachtingen hebben
  2120. hoger onderwijs
  2121. holle woorden
  2122. honger lijden
  2123. honger maakt rauwe bonen zoet
  2124. hoog van de toren blazen
  2125. hoop doet leven
  2126. horen en zien vergaat je
  2127. hou die doos niet op zijn kop!
  2128. hou je gemak!
  2129. hou je goed!
  2130. hou jij een oogje in het zeil?
  2131. houden zo!
  2132. huis van bewaring
  2133. hulp zoeken
  2134. hun familie is over
  2135. hun verkering is uit
  2136. hutje bij mutje leggen
  2137. ieder huisje heeft zijn kruisje
  2138. iedereen op een hoop gooien
  2139. iedereen over één kam scheren
  2140. iemand aan de haak slaan
  2141. iemand angst aanjagen
  2142. iemand dank betuigen
  2143. iemand de groeten doen
  2144. iemand een hart onder de riem steken
  2145. iemand een lesje leren
  2146. iemand een paar regels schrijven
  2147. iemand een plezier doen
  2148. iemand een proces aandoen
  2149. iemand een trap na geven
  2150. iemand excuus vragen
  2151. iemand flink aanpakken
  2152. iemand het hoofd op hol brengen
  2153. iemand hoog aanslaan
  2154. iemand in hechtenis nemen
  2155. iemand in koelen bloede vermoorden
  2156. iemand in zijn hemd zetten
  2157. iemand laten zitten
  2158. iemand om de tuin leiden
  2159. iemand om het leven brengen
  2160. iemand onderscheiden
  2161. iemand op afstand houden
  2162. iemand op je dak krijgen
  2163. iemand te slim af zijn
  2164. iemand tegen het lijf lopen
  2165. iemand ter aarde bestellen
  2166. iemand voeren
  2167. iemand voor het hoofd stoten
  2168. iets aan de kaak stellen
  2169. iets aan de man brengen
  2170. iets achter de hand hebben
  2171. iets de kop indrukken
  2172. iets het hoofd bieden
  2173. iets in de week zetten
  2174. iets in de zin hebben
  2175. iets in het leven roepen
  2176. iets in het midden brengen
  2177. iets in stand houden
  2178. iets kwijt willen
  2179. iets laten merken
  2180. iets naar binnen werken
  2181. iets naar voren brengen
  2182. iets onder de aandacht brengen
  2183. iets op de kop tikken
  2184. iets op de post doen
  2185. iets op de tocht zetten
  2186. iets op je duimpje kennen
  2187. iets op poten zetten
  2188. iets op touw zetten
  2189. iets publiek maken
  2190. iets soldaat maken
  2191. iets tot stand brengen
  2192. iets uit de doeken doen
  2193. iets uit de grond stampen
  2194. iets uit elkaar halen
  2195. iets uit je duim zuigen
  2196. iets uit je hoofd leren
  2197. iets van hem gedaan krijgen
  2198. iets van plan zijn
  2199. iets van stal halen
  2200. iets voor de dag halen
  2201. iets voor zoete koek aannemen
  2202. iets waar je 'u' tegen zegt
  2203. ik bedankte ervoor om het woord te voeren
  2204. ik ben als de dood voor honden
  2205. ik ben benieuwd wat hij ervan gebrouwen heeft
  2206. ik ben daar veel tijd aan kwijt
  2207. ik ben de koning te rijk
  2208. ik ben de laatste om dat te zeggen
  2209. ik ben door hem aan de kant gezet
  2210. ik ben er helemaal in
  2211. ik ben er helemaal uit
  2212. ik ben er kapot van
  2213. ik ben er niet voor
  2214. ik ben er ook nog!
  2215. ik ben er stil van
  2216. ik ben er verlegen mee
  2217. ik ben er zeker van
  2218. ik ben er zuinig op
  2219. ik ben eraan toe
  2220. ik ben ermee in mijn element
  2221. ik ben geen cent wijzer geworden
  2222. ik ben gek op Hema-worst
  2223. ik ben groot met hem
  2224. ik ben haar uit het gezicht verloren
  2225. ik ben het in alle opzichten met je eens
  2226. ik ben het schaatsen niet machtig
  2227. ik ben het zat
  2228. ik ben hier nieuw
  2229. ik ben hier onbekend
  2230. ik ben jouw gezeur moe
  2231. ik ben niet in orde
  2232. ik ben niet in vorm
  2233. ik ben niet van gisteren
  2234. ik ben nog nooit in het buitenland geweest, laat staan in Zuid-Afrika
  2235. ik ben ook maar een mens!
  2236. ik ben op van de zenuwen
  2237. ik ben op!
  2238. ik ben over tijd
  2239. ik ben ten einde raad
  2240. ik ben ten einde raad
  2241. ik ben terug van weggeweest
  2242. ik ben tot over mijn oren verliefd
  2243. ik ben trots op je
  2244. ik ben van oordeel dat ....
  2245. ik ben vandaag voor het eerst geweest
  2246. ik ben wat in de bonen
  2247. ik ben wild op chocola
  2248. ik ben zo stijf als een plank
  2249. ik brand van verlangen
  2250. ik deed dat op persoonlijke titel
  2251. ik deed het zo maar
  2252. ik deed net zo lief wat anders
  2253. ik deel zijn mening
  2254. ik denk er niet over!
  2255. ik denk van wel
  2256. ik denk van wel
  2257. ik doe een beroep op Ahmed
  2258. ik doe het in geen geval
  2259. ik draag hem een warm hart toe
  2260. ik duik de koffer in
  2261. ik erger me groen en geel
  2262. ik ga mee, dat wil zeggen als Jan meegaat
  2263. ik ga met het lood in mijn schoenen
  2264. ik ga plat
  2265. ik gaf hem een teken
  2266. ik geef de baby de fles
  2267. ik geef hem een teken dat hij moet stoppen
  2268. ik geloof hem maar half en half
  2269. ik geloof je op je woord
  2270. ik ging door de grond
  2271. ik gun hem het voordeel van de twijfel
  2272. ik had er geen erg in
  2273. ik had geen rust
  2274. ik had het niet durven hopen
  2275. ik hád het niet meer
  2276. ik had het tegen jou in het bijzonder
  2277. ik heb al gegeten en gedronken
  2278. ik heb bij lange na niet genoeg gegeten
  2279. ik heb bij wijze van spreken geen tijd om te eten
  2280. ik heb daar geen tijd voor
  2281. ik heb daar maling aan
  2282. ik heb de eer u mee te delen ..
  2283. ik heb de hoop opgegeven
  2284. ik heb een 6+ voor dat proefwerk
  2285. ik heb een blind vertrouwen in hem
  2286. ik heb een brede rug
  2287. ik heb een broertje dood aan werken
  2288. ik heb een droge keel
  2289. ik heb een vaag vermoeden dat ...
  2290. ik heb er de middelen niet voor
  2291. ik heb er een lief ding voor over
  2292. ik heb er een zwaar hoofd in
  2293. ik heb er geen idee van
  2294. ik heb er geen trek in
  2295. ik heb er geen vat op
  2296. ik heb er genoeg van
  2297. ik heb er kennis van genomen
  2298. ik heb er mijn buik vol van
  2299. ik heb er niets op tegen
  2300. ik heb er overheen gelezen
  2301. ik heb er schijt aan
  2302. ik heb er schoon genoeg van
  2303. ik heb er stad en land voor afgelopen
  2304. ik heb geen flauw idee
  2305. ik heb geen flauw idee
  2306. ik heb geen hoge pet van hem op
  2307. ik heb geen mens gezien
  2308. ik heb geen rooie cent
  2309. ik heb gemengde gevoelens
  2310. ik heb goede moed dat het gaat lukken
  2311. ik heb hard gewerkt, eerlijk waar
  2312. ik heb hem de mond gesnoerd
  2313. ik heb hem in geen eeuwen gezien
  2314. ik heb hem zijn zin gegeven
  2315. ik heb het examen met goed gevolg afgelegd
  2316. ik heb het in bedekte termen gezegd
  2317. ik heb het naar eer en geweten gedaan
  2318. ik heb het niet op hem begrepen
  2319. ik heb het tegen wil en dank gedaan
  2320. ik heb het van horen zeggen
  2321. ik heb het voor weinig geld gekregen
  2322. ik heb het wel gezien
  2323. ik heb het zien aankomen
  2324. ik heb hoge nood
  2325. ik heb honger als een paard
  2326. ik heb iets op het oog
  2327. ik heb me in hem vergist
  2328. ik heb met hem te doen
  2329. ik heb mijn baan aan hem te danken
  2330. ik heb net een stuk taart achter de kiezen
  2331. ik heb nog iets te goed
  2332. ik heb pijn in mij zij
  2333. ik heb rust nodig
  2334. ik heb slaap
  2335. ik heb veel te veel brood bij me
  2336. ik heb wel degelijk goed opgelet
  2337. ik heb wel voor heter vuren gestaan
  2338. ik heet naar mijn oma
  2339. ik hoorde het via via
  2340. ik hou mijn hart vast
  2341. ik houd het erop dat je komt
  2342. ik houd het hier voor gezien
  2343. ik kan daar geen waardering voor opbrengen
  2344. ik kan die tweelingen niet uit elkaar houden
  2345. ik kan door de bomen het bos niet meer zien
  2346. ik kan er geen lijn in ontdekken
  2347. ik kan er geen structuur in ontdekken
  2348. ik kan er geen wijs uit worden
  2349. ik kan er niet over uit
  2350. ik kan er niet tegen
  2351. ik kan er niets aan doen
  2352. ik kan er niets aan doen
  2353. ik kan er wel in komen
  2354. ik kan geen hoogte van hem krijgen
  2355. ik kan geen kant meer op
  2356. ik kan haar echt niet zetten
  2357. ik kan hem niet luchten of zien
  2358. ik kan hem wel schieten
  2359. ik kan het me vaag herinneren
  2360. ik kan het niet over mijn hart verkrijgen
  2361. ik kan je niet volgen
  2362. ik kan me daar geen beeld van vormen
  2363. ik kan mijn hoofd er niet bij houden
  2364. ik kan niet
  2365. ik kán niet meer
  2366. ik kan niet op zijn naam komen
  2367. ik kan niet op zijn naam komen
  2368. ik kan niet toe met mijn zakgeld
  2369. ik kan niet tot haar doordringen
  2370. ik kan niet zonder jou
  2371. ik kan ook niets aan jou overlaten
  2372. ik kan voorzien in mijn dagelijkse behoeften
  2373. ik ken hem van gezicht
  2374. ik kom er niet meer uit
  2375. ik kom er nooit aan te pas
  2376. ik kom graag, te meer omdat jij zo lekker kookt
  2377. ik kom handen tekort
  2378. ik kon er niets aan doen
  2379. ik kon het niet door mijn keel krijgen
  2380. ik kon mijn oren niet geloven
  2381. ik kreeg een bittere pil te slikken
  2382. ik krijg er de zenuwen van
  2383. ik krijg er grijze haren van
  2384. ik krijg hem nog wel!
  2385. ik krijg hem wel klein
  2386. ik leer het toch nooit
  2387. ik leg er de laatste hand aan
  2388. ik leg hem niets in de weg
  2389. ik loop er niet warm voor
  2390. ik luister met een half oor
  2391. ik maak een fout
  2392. ik maak van de gelegenheid gebruik om ....
  2393. ik mag hem graag
  2394. ik mag lijden dat hij vroeg komt
  2395. ik moet de dingen op een rijtje zetten
  2396. ik moet je het antwoord schuldig blijven
  2397. ik moet je onder vier ogen spreken
  2398. ik moet nodig
  2399. ik moet nodig
  2400. ik moet op voor het examen
  2401. ik moet op voor het examen
  2402. ik neem de maat
  2403. ik pas ervoor
  2404. ik peins er niet over
  2405. ik regel een paar vrijkaartjes
  2406. ik reis per spoor
  2407. ik schrijf je in ieder geval
  2408. ik schrok me dood
  2409. ik schrok me dood
  2410. ik schrok me een hoedje
  2411. ik sla me er wel doorheen
  2412. ik slaap erg diep
  2413. ik spreek een mondje Turks
  2414. ik sta achter je
  2415. ik sta er kritisch tegenover
  2416. ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed
  2417. ik sta erop
  2418. ik sta hierbuiten
  2419. ik sta op de foto
  2420. ik sta op het standpunt dat ...
  2421. ik sta op het standpunt dat ....
  2422. ik sta rood bij de bank
  2423. ik stel daar belang in
  2424. ik stel dat op prijs
  2425. ik stem links
  2426. ik stemde voor de VVD
  2427. ik stond met de mond vol tanden
  2428. ik teken ervoor
  2429. ik trof hem thuis
  2430. ik val met de deur in huis
  2431. ik val van mijn stoel van verbazing
  2432. ik vertel het in grote trekken
  2433. ik vind dat geen stijl
  2434. ik vind dat ver gezocht
  2435. ik vind er niets aan
  2436. ik vind er niets aan
  2437. ik vind er niets aan
  2438. ik vind van wel
  2439. ik voel er veel voor
  2440. ik voel me daar thuis
  2441. ik voel me met hem verwant
  2442. ik voel me niet honderd procent
  2443. ik voel me zo raar
  2444. ik vond dat boek maar matig
  2445. ik waag het erop
  2446. ik was helemaal lamgeslagen
  2447. ik was hem voor
  2448. ik weet er niets vanaf
  2449. ik weet het zeker
  2450. ik weet nergens van
  2451. ik weet waar de schoen wringt
  2452. ik werd erdoor gegrepen
  2453. ik werd met open armen ontvangen
  2454. ik werd van het kastje naar de muur gestuurd
  2455. ik werk nooit in de tuin, laat staan als het regent
  2456. ik wil er geen woord van missen
  2457. ik wil er niet aan
  2458. ik wil het een en ander bespreken
  2459. ik wil het niet hebben
  2460. ik wil hier slapen en nergens anders
  2461. ik wil weten wat voor vlees ik in de kuip heb
  2462. ik word er ziek van
  2463. ik word niet goed
  2464. ik zag de bui al hangen
  2465. ik zal eens een boekje over hem open doen
  2466. ik zal eens met haar praten
  2467. ik zal er geen traan om laten
  2468. ik zal even de neuzen tellen
  2469. ik zal hem bij gelegenheid eens bellen
  2470. ik zal hem op de hoogte stellen
  2471. ik zal het wel te weten komen
  2472. ik zal je leren!
  2473. ik zet er een streep onder
  2474. ik zet hem voor het blok
  2475. ik zie er als een berg tegenop
  2476. ik zie er wel iets in
  2477. ik zie het niet meer zitten
  2478. ik zie het wel zitten
  2479. ik zit ergens mee
  2480. ik zit ermee in mijn maag
  2481. ik zit erom verlegen
  2482. ik zit te springen om dat boek
  2483. ik zocht in alle hoeken en gaten
  2484. ik zoek een schouder om op uit te huilen
  2485. ik zou het op prijs stellen ....
  2486. in beroep gaan bij de rechter
  2487. in blijde verwachting
  2488. in brand steken
  2489. in brand vliegen
  2490. in contact treden
  2491. in dat geval kom ik lopen
  2492. in dat geval moet je oppassen
  2493. in dat opzicht is ze niet veranderd
  2494. in de behoefte voorzien
  2495. in de brief komt de oorzaak naar voren
  2496. in de haast ben ik dat vergeten
  2497. in de kleine uurtjes
  2498. in de knoei zitten
  2499. in de knoop zitten
  2500. in de kou staan
  2501. in de kracht van je leven
  2502. in de lach schieten
  2503. in de lucht vliegen
  2504. in de maat spelen
  2505. in de maat zingen
  2506. in de open lucht
  2507. in de open lucht
  2508. in de pen klimmen
  2509. in de regel ....
  2510. in de rode cijfers komen
  2511. in de schulden zitten
  2512. in de schulden zitten
  2513. in de stad eten
  2514. in de toekomst wil ik gaan studeren
  2515. in de val lopen
  2516. in de voorste positie
  2517. in de weg staan
  2518. in de winkel staan
  2519. in de winst delen
  2520. in de wolken zijn
  2521. in de zenuwen zitten
  2522. in de zevende hemel zijn
  2523. in de zon zitten
  2524. in die zin
  2525. in dit verband ....
  2526. in een boek duiken
  2527. in een ivoren toren leven
  2528. in één keer
  2529. in één klap
  2530. in een kringetje ronddraaien
  2531. in eerste instantie geloofde ik hem
  2532. in elk geval
  2533. in elkaar slaan
  2534. in feite heeft hij gelijk
  2535. in gebreke blijven
  2536. in geval van nood
  2537. in goede handen zijn
  2538. in groten getale kwamen de mensen erop af
  2539. in haar eigen belang
  2540. in het begin bleef ik thuis
  2541. in het bestuur zitten
  2542. in het grijze verleden
  2543. in het huwelijk treden
  2544. in het huwelijk treden
  2545. in het kader van de bezuinigingen
  2546. in het kort
  2547. in het openbaar
  2548. in het reine brengen
  2549. in het rond kijken
  2550. in het stof bijten
  2551. in het uiterste geval
  2552. in het vizier komen
  2553. in het wilde weg
  2554. in hogere kringen
  2555. in je handen wrijven
  2556. in je jas schieten
  2557. in je onderhoud voorzien
  2558. in je wiek geschoten zijn
  2559. in kort bestek iets vertellen
  2560. in leidende positie
  2561. in levenden lijve
  2562. in mijn jonge jaren
  2563. in mijn onschuld dacht ik ....
  2564. in overleg met de ouders ....
  2565. in plaats van
  2566. in positie zijn
  2567. in principe ga ik mee
  2568. in razend tempo
  2569. in rook opgaan
  2570. in slaap vallen
  2571. in snikken uitbarsten
  2572. in staat van opwinding
  2573. in staking gaan
  2574. in tegenstelling tot wat hij zei ....
  2575. in verband met dit onderzoek
  2576. in vergelijking met gisteren
  2577. in verhouding tot
  2578. in verwachting zijn
  2579. in verzet komen
  2580. in vliegende vaart
  2581. in volle ernst
  2582. in vuur en vlam staan
  2583. in weer en wind
  2584. in welke mate heeft hij gelijk?
  2585. in werkelijkheid
  2586. in werking treden
  2587. in zak en as zitten
  2588. in zeker opzicht
  2589. in zekere zin
  2590. in zekere zin
  2591. in zichzelf praten
  2592. in zijn ogen was het anders
  2593. inkopen in het groot
  2594. internationale spanningen
  2595. is dat even schrikken!
  2596. is dat Herman? Precies!
  2597. is dat zo?
  2598. is de kust vrij
  2599. is die wet al van kracht?
  2600. is er behalve de directeur nog iemand anders aanwezig
  2601. is Willem ook van de partij?
  2602. ja ja, dat weet ik nu wel
  2603. ja knikken
  2604. ja, morgen brengen!
  2605. jammer genoeg is het mislukt
  2606. jammer voor je
  2607. Jan de Graaf, per adres (p.a.) .....
  2608. Jan heeft geld voor het oprapen
  2609. Jan heeft lak aan alles
  2610. Jan is de aangewezen persoon daarvoor
  2611. Jan is zo brutaal als de beul
  2612. Jan weet altijd alles beter
  2613. Jannes is het kind van de rekening
  2614. Jasper doet de tafel eer aan
  2615. je adem inhouden
  2616. je arm uit het lid draaien
  2617. je baard laten staan
  2618. je behoefte doen
  2619. je bent af
  2620. je bent er de aangewezen persoon voor
  2621. je bent er je leven niet zeker
  2622. je bent niet lekker!
  2623. je bent warm
  2624. je beste beentje voorzetten
  2625. je breekt hier je nek over de rommel
  2626. je een vreemde taal eigen maken
  2627. je ei niet kwijt kunnen
  2628. je eigen glazen ingooien
  2629. je eigen vlees en bloed
  2630. je eigen weg gaan
  2631. je er blind op staren
  2632. je er meester van maken
  2633. je er overheen zetten
  2634. je er sterk voor maken
  2635. je er zorgen over maken
  2636. je ergens op werpen
  2637. je excuses maken
  2638. je gezicht verliezen
  2639. je grenzen kennen
  2640. je haalt die dingen door elkaar
  2641. je haalt me de woorden uit de mond
  2642. je hand ophouden
  2643. je hand uitsteken
  2644. je hart bij iemand uitstorten
  2645. je hebt de helft verzonnen!
  2646. je hebt de verkeerde voor
  2647. je hebt een kans laten schieten
  2648. je hebt groot gelijk
  2649. je hebt het bij het verkeerde eind
  2650. je hebt het ernaar gemaakt
  2651. je hebt het goede moment gekozen
  2652. je hebt schoon gelijk
  2653. je hebt vandaag niets uitgevoerd
  2654. je hebt zonder meer gelijk
  2655. je hele hebben en houden
  2656. je hoeft niet zo raar te doen
  2657. je hoofd erover breken
  2658. je hoofd stoten
  2659. je iets op de hals halen
  2660. je iets tegen eten
  2661. je iets ten doel stellen
  2662. je in de schulden steken
  2663. je in het hol van de leeuw wagen
  2664. je in je vingers snijden
  2665. je kijkt met je neus
  2666. je kletst uit je nek!
  2667. je komt me bekend voor
  2668. je kon over de hoofden lopen
  2669. je krijgt daar waar voor je geld
  2670. je krijgt mij daar met geen stok naar toe
  2671. je kunt dat al of niet doen
  2672. je kunt dat veilig aannemen
  2673. je kunt er je hart aan ophalen
  2674. je kunt er van de vloer eten
  2675. je kunt geen ijzer met handen breken
  2676. je kunt het wel schudden
  2677. je kunt me nog meer vertellen!
  2678. je kunt niet in zijn schaduw staan
  2679. je kunt om me rekenen
  2680. je kunt op hem bouwen
  2681. je kunt op het dak gaan zitten!
  2682. je kunt van hem opaan
  2683. je kunt zijn ribben tellen
  2684. je laat het uit je hoofd hoor!
  2685. je laatste adem uitblazen
  2686. je lacht je een breek (populair)
  2687. je lacht je naar
  2688. je leven wagen
  2689. je lippen erbij aflikken
  2690. je loopt gevaar
  2691. je maakt er een potje van
  2692. je meent het!
  2693. je moet beter je best doen
  2694. je moet daar boven staan
  2695. je moet daar geen gewoonte van maken
  2696. je moet daar wezen
  2697. je moet een beetje afstand nemen
  2698. je moet er niet omheen draaien
  2699. je moet geen slapende honden wakkermaken
  2700. je moet gezond eten
  2701. je moet hem serieus nemen
  2702. je moet het kind niet met het badwater weggooien
  2703. je moet je aan de regels houden
  2704. je moet je handen thuishouden
  2705. je moet je mond houden
  2706. je moet je niet in een hoekje laten drukken
  2707. je moet je ogen de kost geven
  2708. je moet je positie bepalen
  2709. je moet jezelf geen geweld aandoen
  2710. je moet leven en laten leven
  2711. je moet met klinkende munt betalen
  2712. je moet niet bij de pakken neerzitten
  2713. je moet niet in details treden
  2714. je moet niet in mijn vaarwater zitten
  2715. je moet nu een keus maken
  2716. je moet op de tijd letten
  2717. je moet op je woorden passen
  2718. je moet partij kiezen
  2719. je moet toch even je gezicht laten zien
  2720. je moet vooral kalm blijven
  2721. je moet wat water bij de wijn doen
  2722. je moet wel van goede huize komen om....
  2723. je nek uitsteken
  2724. je neus ervoor ophalen
  2725. je neus stoten
  2726. je ongelijk bekennen
  2727. je onmogelijk maken
  2728. je op glad ijs begeven
  2729. je plicht verzuimen
  2730. je poot stijfhouden
  2731. je rapport is om te huilen
  2732. je reinste onzin
  2733. je schade inhalen
  2734. je slag slaan
  2735. je slap lachen
  2736. je sporen verdiend hebben
  2737. je staat er met je neus bovenop
  2738. je stem uitbrengen
  2739. je stem verheffen
  2740. je struikelt er over de honden
  2741. je tanden laten zien
  2742. je uit de voeten maken
  2743. je uiterste best doen
  2744. je van kant maken
  2745. je verwacht te veel van me
  2746. je voelen als een vis in het water
  2747. je weet niet hoe een dubbeltje kan rollen
  2748. je weet nooit hoe een koe een haas vangt
  2749. je wilde haren kwijtraken
  2750. je wonden likken
  2751. je woord houden
  2752. je woorden een bepaalde lading geven
  2753. je zag hem groeien toen hij een complimentje kreeg
  2754. je ziek lachen
  2755. je ziek melden
  2756. je ziet er moe uit
  2757. je zin doordrijven
  2758. je zit op het goede spoor
  2759. je zuster!
  2760. jezelf bewijzen
  2761. jezelf in de hand hebben
  2762. jij hebt het goed geschoten
  2763. jij hebt makkelijk praten
  2764. jij komt wel aan je trekken
  2765. jij kunt je niet met hem meten
  2766. jij mag je niet inspannen
  2767. jij moet de wijste zijn
  2768. jij moet het goede voorbeeld geven
  2769. jong en oud heeft plezier
  2770. jong geleerd, oud gedaan
  2771. jongelui
  2772. Joop draagt de verantwoordelijkheid
  2773. Joop zegt het hem recht in zijn gezicht
  2774. jouw hulp betekent veel voor me
  2775. jullie houden mij erbuiten
  2776. jullie kunnen me wat
  2777. kansarm
  2778. kastje kijken
  2779. kattekwaad uithalen
  2780. keer op keer
  2781. kiezen tussen twee dingen
  2782. kijk eens wie we daar hebben!
  2783. kijk, volgens mij zit het zo
  2784. kijken alsof je niet tot tien kunt tellen
  2785. kind toch!
  2786. klaar wakker
  2787. klaar wakker
  2788. klassieke muziek
  2789. klassieke talen
  2790. klein geld
  2791. kleren maken de man
  2792. kletsen als een kip zonder kop
  2793. kleur bekennen
  2794. knettergek
  2795. koeien van fouten
  2796. Koen Flink doet zijn naam eer aan
  2797. koffie verkeerd
  2798. kom maar op als je durft!
  2799. kom nou, jij kunt dat best
  2800. kom op!
  2801. kom op!
  2802. kom op, voor de draad ermee!
  2803. kom ter zake!
  2804. komt tijd, komt raad
  2805. koning Voetbal
  2806. kop of munt gooien
  2807. kop op!
  2808. koplamp
  2809. kort en bondig
  2810. kost en inwoning
  2811. koste wat kost
  2812. kou lijden
  2813. kou vatten
  2814. kritiek leveren
  2815. kritieke momenten
  2816. krom praten
  2817. kunnen zwijgen
  2818. kunt u ons laten weten wat het besluit is
  2819. laat eens van je horen!
  2820. laat hem maar praten
  2821. laat hem maar schuiven
  2822. laat hij nou gelijk hebben!
  2823. laat je niet op je kop zitten
  2824. laat maar
  2825. laat maar
  2826. laat maar waaien
  2827. laat maar zitten
  2828. laat maar zitten
  2829. laat naar je kijken!
  2830. lager onderwijs
  2831. lange tenen hebben
  2832. langs elkaar heen praten
  2833. langzaam maar zeker leerde hij lezen
  2834. langzaamaan, dan breekt het lijntje niet
  2835. lekker gegeten? nou, en of!
  2836. let op je woorden
  2837. leve de koningin
  2838. leven als kat en hond
  2839. lichamelijke oefening
  2840. lichtgeraakt zijn
  2841. lief en leed met elkaar delen
  2842. liefde maakt blind
  2843. lieve hemel!
  2844. liever vandaag dan morgen
  2845. links en rechts klappen uitdelen
  2846. links en rechts lagen boomstammen
  2847. loop naar de maan!
  2848. lopende band
  2849. m'n oude heer
  2850. maak dat de kat wijs!
  2851. maak dat je weg komt!
  2852. maak eens een beetje haast
  2853. maak het je gemakkelijk
  2854. maak het jezelf niet zo moeilijk
  2855. maak je borst maar nat
  2856. maak je niet dik!
  2857. maart roert zijn staart
  2858. maatschappelijk werk
  2859. macht uitoefenen
  2860. macht uitoefenen
  2861. machtig mooi
  2862. mag ik een snoepje? voor deze keer
  2863. mag ik u het woord geven?
  2864. man en paard noemen
  2865. meer dan eens
  2866. Mehmet in de bocht!
  2867. Mehmet lacht als een boer die kiespijn heeft
  2868. mens en aap zijn nauw aan elkaar verwant
  2869. mensenzee
  2870. met alle winden meewaaien
  2871. met andere woorden
  2872. met beleid iets doen
  2873. met betrekking tot het werk ....
  2874. met dank aan Jan de Wit
  2875. met de beste wil van de wereld niet
  2876. met de botte bijl
  2877. met de Franse slag
  2878. met de handen over elkaar zitten
  2879. met de moed der wanhoop
  2880. met de rug tegen de muur staan
  2881. met dien verstande dat ...
  2882. met een maximum aan inspanning
  2883. met een stalen gezicht
  2884. met geen mogelijkheid krijg ik die dop los
  2885. met geld smijten
  2886. met glans geslaagd
  2887. met grote ogen kijken
  2888. met hangen en wurgen
  2889. met harde hand optreden
  2890. met hart en ziel
  2891. met hem in zee gaan
  2892. met hem is het kwaad kersen eten
  2893. met hem valt niet te praten
  2894. met het klimmen der jaren
  2895. met het oog op de verkiezingen
  2896. met het verkeerde been uit bed gestapt
  2897. met het volste recht
  2898. met iemand gaan
  2899. met iemand naar bed gaan
  2900. met ingang van 1 januari
  2901. met ingang van 1 juni
  2902. met je ziel onder je arm
  2903. met jou kan ik praten!
  2904. met kromme tenen
  2905. met mate
  2906. met moeite kwam hij overeind
  2907. met name in augustus was het koud
  2908. met open mond
  2909. met open mond keek hij toe
  2910. met opgestoken zeil
  2911. met pijn en moeite
  2912. met plezier!
  2913. met recht
  2914. met veel kennis van zaken heeft hij die klus gedaan
  2915. met vereende krachten
  2916. met vlakke hand
  2917. met voorbedachte rade
  2918. met vuur spelen
  2919. met wie spreek ik?
  2920. middelbaar onderwijs
  2921. mij best
  2922. mij niet gezien!
  2923. mijn hart klopt
  2924. mijn hoofd staat er niet naar
  2925. mijn ideeën zijn uitgeput
  2926. mijn naam is haas
  2927. mijn opmerking viel niet in goede aarde
  2928. mijn vader is niet gemakkelijk
  2929. mijn vrijheid is mij lief
  2930. mijns inziens
  2931. min of meer
  2932. mis poes!
  2933. mocht je in de buurt zijn
  2934. moderne talen
  2935. moeder worden
  2936. moeilijk lopen
  2937. mooi weer spelen
  2938. mooie jongen ben jij!
  2939. morgen brengen!
  2940. morgen krijgen we hier en daar regen
  2941. muziekkorps
  2942. na een dag barstte de bom
  2943. na een kwartier was het ijs gebroken
  2944. na lang wikken en wegen
  2945. na regen komt zonneschijn
  2946. na u
  2947. naar de bekende weg vragen
  2948. naar de geest van de wet
  2949. naar het schijnt ...
  2950. naar je toe rekenen
  2951. naar je werk gaan
  2952. naar mijn idee kan dat niet
  2953. naar mijn mening ...
  2954. naar mijn oordeel ....
  2955. naar verhouding
  2956. naar woorden zoeken
  2957. naar zijn gezondheid vragen
  2958. naar zijn pijpen dansen
  2959. natuurlijk krijg ik dat weer op mijn brood
  2960. nauwelijks was hij weg of ze begon te huilen
  2961. nee knikken
  2962. nee maar!
  2963. nee schudden
  2964. nee verkopen
  2965. nee zeggen
  2966. neemt u mij niet kwalijk
  2967. net goed!
  2968. net goed!
  2969. niet te geloven zo mooi!
  2970. niet uit de verf komen
  2971. niet uit je woorden kunnen komen
  2972. niet van zijn zijde wijken
  2973. niet veel te vertellen hebben
  2974. niet verder kijken dan je neus lang is
  2975. niets aan te doen!
  2976. nieuw personeel aantrekken
  2977. nieuwe bezems vegen schoon
  2978. nieuwe maan
  2979. noch op de radio, noch op de televisie heb ik het gehoord
  2980. noem eens wat voorbeelden
  2981. noem je dat werken?
  2982. nog geen vaste plannen
  2983. nogmaals bedankt
  2984. nood breekt wet
  2985. nood breekt wet
  2986. nooit ofte nimmer
  2987. nooit van mijn leven
  2988. normaal gesproken ....
  2989. normaal gesproken is hij thuis op zaterdag
  2990. noten kraken
  2991. nou ben je zuur
  2992. nou ja, ik weet het ook niet precies
  2993. nou, dan ga ik maar
  2994. nou, geef je nog antwoord?
  2995. nou, nou, jij hebt veel praatjes!
  2996. nu de zon schijnt ....
  2997. nu en dan gaat hij naar school
  2998. nu heb je de poppen aan het dansen
  2999. nu komt het erop aan
  3000. nul op het rekest krijgen
  3001. o ja, ik moet je nog iets vertellen?
  3002. of je gaat naar school, of je gaat werken
  3003. officier van justitie
  3004. olie op het vuur gooien
  3005. om de andere dag
  3006. om de beurt
  3007. om de beurt
  3008. om een lang verhaal kort te maken
  3009. om en nabij acht uur
  3010. om het uur
  3011. om hulp vragen
  3012. om je de waarheid te zeggen ....
  3013. om je vingers bij af te likken
  3014. om nog maar te zwijgen van ...
  3015. onbekend maakt onbemind
  3016. onder andere
  3017. onder de blote hemel slapen
  3018. onder de olie
  3019. onder de voet gelopen worden
  3020. onder de wol kruipen
  3021. onder een auto komen
  3022. onder één hoedje spelen
  3023. onder geen voorwaarde mag je dat doen
  3024. onder leiding van Jan de Wit
  3025. onder leiding van Mehmet gaan we sporten
  3026. onder toezicht staan
  3027. onder water zetten
  3028. onder zeil gaan
  3029. onderuit gaan
  3030. ongelijk hebben
  3031. onkruid vergaat niet
  3032. onnozele hals
  3033. onrust zaaien
  3034. onschuldig als een pasgeboren lam
  3035. onze verwachtingen zijn overtroffen
  3036. oog om oog, tand om tand
  3037. ook dat nog!
  3038. ook de ruzie met Joop kwam ter sprake
  3039. oorlog voeren
  3040. op adem komen
  3041. op alles ja en amen zeggen
  3042. op de eerste plaats ....
  3043. op de fiets springen
  3044. op de man af
  3045. op de tijd letten
  3046. op den duur, op de lange duur
  3047. op dit ogenblik
  3048. op een christelijke tijd opstaan
  3049. op een holletje
  3050. op een keer zag ik Ida lopen
  3051. op één na
  3052. op een snoepje zuigen
  3053. op eigen houtje
  3054. op eigen initiatief
  3055. op eigen risico
  3056. op en neer tussen Amsterdam en Haarlem
  3057. op geen stukken na
  3058. op goed geluk
  3059. op grond van
  3060. op grote schaal
  3061. op het eerste gezicht
  3062. op het gehoor spelen
  3063. op het laatst had ik er genoeg van
  3064. op het laatste moment kwam alles goed
  3065. op het laatste ogenblik
  3066. op het verkeerde been zetten
  3067. op hoge benen
  3068. op hoge poten
  3069. op hol slaan
  3070. op hoop van zegen
  3071. op huizenjacht gaan
  3072. op je kop krijgen
  3073. op je poot spelen
  3074. op je strepen staan
  3075. op je tenen lopen
  3076. op je wenkbrauwen lopen
  3077. op jouw verantwoording
  3078. op last van de brandweer
  3079. op papier hebben we dertig leerlingen
  3080. op reis gaan
  3081. op schaal natekenen
  3082. op slag dood
  3083. op stap gaan
  3084. op stel en sprong
  3085. op twee gedachten hinken
  3086. op vakantie gaan
  3087. op verhaal komen
  3088. op verzoek van de leerlingen
  3089. op voet van gelijkheid
  3090. op voetbal zitten
  3091. op volle zee
  3092. op voorschrift van de dokter
  3093. op zekere dag
  3094. op zich(zelf) vind ik het best
  3095. op zijn achterste poten staan
  3096. op zijn centen zitten
  3097. op zijn minst
  3098. op zijn oude dag
  3099. op zijn oude dag
  3100. op zijn retour zijn
  3101. op zijn stuk blijven staan
  3102. op zijn vroegst om acht uur
  3103. op zijn wenken bedienen
  3104. op zijn zachtst gezegd
  3105. op zijn zak teren
  3106. op zondag rijdt er om het uur een bus
  3107. op zwart zaad zitten
  3108. opbouwende kritiek
  3109. opbouwende kritiek
  3110. open en bloot
  3111. open kaart spelen
  3112. open staan voor nieuwe ideeën
  3113. openbaar onderwijs
  3114. openbaar vervoer
  3115. opgestaan plaats vergaan
  3116. opgestaan, plaats vergaan
  3117. opnieuw beginnen
  3118. oprecht verontwaardigd zijn
  3119. opvallende kleren
  3120. orde in de chaos scheppen
  3121. orde op zaken stellen
  3122. oude koeien uit de sloot halen
  3123. over de kop slaan
  3124. over en weer
  3125. over het algemeen doe ik het zo
  3126. over het geheel genomen ...
  3127. over Jan gesproken ....
  3128. over je laten lopen
  3129. over je woorden struikelen
  3130. over koetjes en kalfjes praten
  3131. overal iets achter zoeken
  3132. overal zwierven kleren
  3133. pardon meneer, is deze plaats vrij
  3134. pas op, die lamp staat onder stroom
  3135. Paul is vlug van begrip
  3136. peper- en zoutkleurig haar
  3137. per kerende post
  3138. per slot van rekening ben ik de oudste
  3139. per stuk
  3140. Piet heeft weer een afwijkende mening
  3141. pijn in je portemonnee
  3142. plaatjes schieten
  3143. plaats innemen
  3144. plaats maken voor iemand
  3145. plannen maken
  3146. plezier maken
  3147. plotseling betrok zijn gezicht
  3148. politieke partijen
  3149. polsslag
  3150. poppetje gezien, kastje dicht
  3151. poten thuishouden!
  3152. praat me d'r niet van
  3153. praatjes vullen geen gaatjes
  3154. probeer het nog eens
  3155. problemen op het persoonlijke vlak
  3156. proces-verbaal opmaken
  3157. rad van avontuur
  3158. rapport uitbrengen
  3159. rare druif!
  3160. recht op doel af
  3161. recht praten wat krom is
  3162. recht tegenover mij
  3163. recht voor zijn raap
  3164. reclame maken
  3165. reine dieren
  3166. retourvlucht
  3167. richting aangeven
  3168. rode hond
  3169. ruimte maken
  3170. rustig!
  3171. ruzie maken
  3172. ruzie zoeken
  3173. ruzie zoeken
  3174. samen uit samen thuis
  3175. Sandra is enig kind
  3176. scheiden van tafel en bed
  3177. schepen achter je verbranden
  3178. schoenen uit het jaar nul
  3179. schoolbord
  3180. schoolhoofd
  3181. schoon schip maken
  3182. schrijf maar op je buik
  3183. schuld bekennen
  3184. schulden maken
  3185. seksuele voorlichting
  3186. sinds jaar en dag
  3187. slaags raken
  3188. slaap krijgen
  3189. slagen voor een examen
  3190. slagroom kloppen
  3191. slapend rijk worden
  3192. slappe koffie
  3193. snijdende kou
  3194. sociaal werk
  3195. sociale wetenschappen
  3196. sociale zekerheid
  3197. soort zoekt soort
  3198. speelkaart
  3199. spelen met je gezondheid
  3200. splinternieuw
  3201. spreken is zilver, zwijgen is goud
  3202. spreken is zilver, zwijgen is goud
  3203. spuit elf geeft modder
  3204. sta toch stil
  3205. stap voor stap
  3206. stel je voor dat ....
  3207. stel je voor!
  3208. stelling nemen tegen iets
  3209. sterk staan
  3210. sterke drank
  3211. sterke koffie
  3212. sterke zenuwen hebben
  3213. sterkte!
  3214. steun verlenen
  3215. stevig in je schoenen staan
  3216. stoom afblazen
  3217. strikt persoonlijk
  3218. struikelen over een examen
  3219. stuk voor stuk
  3220. stukje bij beetje
  3221. stukken goedkoper
  3222. subsidie verlenen
  3223. succes hebben
  3224. succes met je examen!
  3225. succes verzekerd!
  3226. te diep in het glaasje gekeken hebben
  3227. te goeder trouw zijn
  3228. te hooi en te gras
  3229. te hoop lopen
  3230. te kort komen
  3231. te kort schieten
  3232. te kort schieten
  3233. te kust en te keur
  3234. te kwader trouw zijn
  3235. te midden van bloemen
  3236. te pas en te onpas
  3237. te zijner tijd hoor ik daar graag iets over
  3238. te zijner tijd zal ik u bezoeken
  3239. tegen alle verwachting
  3240. tegen de stroom oproeien
  3241. tegen wil en dank werd hij trainer
  3242. tegen zijn wens
  3243. tekenen van angst vertonen
  3244. tekst en uitleg geven
  3245. tel uit je winst!
  3246. telefonisch contact
  3247. ten aanzien van
  3248. ten aanzien van dat onderwerp
  3249. ten dele
  3250. ten eerste
  3251. ten gevolge van
  3252. ten gevolge van het slechte weer
  3253. ten huwelijk vragen
  3254. ten koste van zijn gezondheid
  3255. ten name van
  3256. ten onder gaan
  3257. ten onrechte
  3258. ten opzichte van haar vader
  3259. ten opzichte van mij is hij altijd aardig
  3260. ten slotte gingen we een patatje halen
  3261. ten val komen
  3262. ten westen van ...
  3263. tenslotte
  3264. ter attentie van de heer Willems
  3265. ter discussie stellen
  3266. ter ere van het jubileum
  3267. ter gelegenheid van
  3268. ter gelegenheid van het feest
  3269. ter herinnering aan
  3270. ter plekke
  3271. ter waarde van
  3272. ter wille van de kinderen
  3273. ter wille van de vrede
  3274. terrein winnen
  3275. teveel hooi op je vork nemen
  3276. thee met een wolkje melk
  3277. thee zetten
  3278. Theo is achter in de dertig
  3279. tien tegen één dat ....
  3280. tijd is geld
  3281. tijd verliezen
  3282. toe maar
  3283. toe maar
  3284. toe nou jongens, hou je mond eens
  3285. toen ik het geld teruggaf, zei de klant: laat maar zitten
  3286. toen kreeg Ida de geest
  3287. toen liep het fout
  3288. topconferentie
  3289. tot aan je laatste snik
  3290. tot besluit
  3291. tot dadelijk
  3292. tot dan!
  3293. tot de dood ons scheidt
  3294. tot de tanden gewapend
  3295. tot de volgende keer
  3296. tot en met 3 april
  3297. tot het bittere eind
  3298. tot inzicht komen
  3299. tot jezelf komen
  3300. tot kijk
  3301. tot mijn spijt kan ik niet komen
  3302. tot mijn verrassing zei ze ja
  3303. tot nu toe
  3304. tot nu toe
  3305. tot nu toe gaat het goed
  3306. tot op de draad versleten
  3307. tot op de huidige dag
  3308. tot op zekere hoogte
  3309. tot op zekere hoogte
  3310. tot op zekere hoogte ben ik het met je eens
  3311. tot over zijn oren verliefd
  3312. tot rust komen
  3313. tot stand komen
  3314. tot uw dienst
  3315. tot uw dienst
  3316. tot vervelens toe
  3317. tot voor kort
  3318. tot wie moet ik mij richten?
  3319. tot zichzelf komen
  3320. tot ziens
  3321. tot ziens!
  3322. tot zijn nek in de schulden
  3323. tot zijn recht komen
  3324. traag van begrip zijn
  3325. traditionele mensen
  3326. trouw zijn huiswerk maken
  3327. trouwkaart
  3328. tussen de lakens kruipen
  3329. tussen de middag
  3330. tussen de middag
  3331. tussen de regels door lezen
  3332. tussen twee vuren zitten
  3333. tussen wal en schip terechtkomen
  3334. tussenbeide komen
  3335. twee keer achter elkaar
  3336. u bent van Turkse herkomst, waar of niet?
  3337. u krijgt een reis naar keuze
  3338. u moet deze weg houden
  3339. u treft het slecht
  3340. uit de band springen
  3341. uit de boot vallen
  3342. uit de grond van mijn hart
  3343. uit de hoogte doen
  3344. uit de koers raken
  3345. uit de kunst!
  3346. uit de macht der gewoonte
  3347. uit de muur eten
  3348. uit de school klappen
  3349. uit de weg gaan
  3350. uit eigen beweging
  3351. uit eigen beweging kwam hij
  3352. uit elkaar gaan
  3353. uit het oog, uit het hart
  3354. uit je slof schieten
  3355. uit je slof schieten
  3356. uit naam van de vereniging
  3357. uit volle borst zingen
  3358. uit vrees voor inbrekers
  3359. uit vrije wil
  3360. uit zijn rol vallen
  3361. uw opleiding voldoet niet aan de voorwaarden
  3362. vakantie nemen
  3363. vals zingen
  3364. van alles
  3365. van alles en nog wat
  3366. van belang
  3367. van buiten leren
  3368. van dag tot dag wordt het drukker
  3369. van de ene dag op de andere
  3370. van de kaart zijn
  3371. van de nood een deugd maken
  3372. van de prins geen kwaad weten
  3373. van de regen in de drup
  3374. van de wind kun je niet leven
  3375. van de winter
  3376. van de zijde van zijn familie
  3377. van dik hout zaagt men planken
  3378. van een koude kermis thuiskomen
  3379. van gedachte(n) veranderen
  3380. van gedachten veranderen
  3381. van gedachten wisselen
  3382. van harte
  3383. van het toneel verdwijnen
  3384. van hier tot gunder
  3385. van huis uit ben ik het zo gewend
  3386. van je stokje gaan
  3387. van jongs af aan
  3388. van korte duur
  3389. van mening veranderen
  3390. van mening verschillen
  3391. van middelbare leeftijd
  3392. van mijn leven niet!
  3393. van moeders kant is hij Turks
  3394. van nature is hij aardig
  3395. van nu af aan
  3396. van nu af aan ga ik met je mee
  3397. van nul en generlei waarde
  3398. van onderen!
  3399. van slag zijn
  3400. van tijd tot tijd keek hij uit het raam
  3401. van tijd tot tijd liep hij naar het raam
  3402. van toen af aan
  3403. van top tot teen
  3404. van verre zag ik hem
  3405. van voren af aan
  3406. van wal steken
  3407. van zijn stuk zijn
  3408. vandaag de dag
  3409. vast en zeker
  3410. vast en zeker
  3411. vast slapen
  3412. vaste stoffen
  3413. vaste vloerbedekking
  3414. veel aan je hoofd hebben
  3415. veel op het spel zetten
  3416. veel plezier!
  3417. veel wegen
  3418. veiligheidsnormen
  3419. veld winnen
  3420. verandering van spijs doet eten
  3421. verboden te roken
  3422. vergeet het maar!
  3423. verhaal halen
  3424. verklaar je nader
  3425. verklaar u nader
  3426. vers van de pers
  3427. verslag uitbrengen
  3428. vertel mij wat!
  3429. vertel op!
  3430. verwante talen
  3431. verwarring stichten
  3432. verzet bieden
  3433. verzet bieden
  3434. verzet plegen
  3435. vette jaren
  3436. vies weer
  3437. vieze moppen
  3438. vijf gulden per persoon
  3439. vlam vatten
  3440. vlekkeloos
  3441. vliegende schotel
  3442. vloeibaar vet
  3443. vlug van begrip zijn
  3444. voel je wat ik bedoel?
  3445. voet bij stuk houden
  3446. voetje voor voetje lopen
  3447. vol gas geven
  3448. volgens de regels van de kunst
  3449. volle melk
  3450. voor aap staan
  3451. voor de bijl gaan
  3452. voor de grap
  3453. voor de rechtbank verschijnen
  3454. voor de rechter verschijnen
  3455. voor de vorm
  3456. voor een appel en een ei
  3457. voor één keer
  3458. voor elk wat wils
  3459. voor half geld
  3460. voor hem in de bres springen
  3461. voor het eten zorgen
  3462. voor het geval dat Eva komt
  3463. voor het geval dat het gaat regenen
  3464. voor hetzelfde geld was het anders
  3465. voor iemand door het stof kruipen
  3466. voor ik het vergeet ...
  3467. voor je het weet ....
  3468. voor mijn part
  3469. voor spek en bonen meedoen
  3470. voor zichzelf beginnen
  3471. voor zijn doen
  3472. voor zover ik er verstand van heb
  3473. voor zover ik weet
  3474. voorkómen is beter dan genezen
  3475. vooruit dan maar
  3476. vorm geven aan een gedachte
  3477. vragen staat vrij
  3478. vrede sluiten
  3479. vrede stichten
  3480. vreemde talen
  3481. vrije tijd
  3482. vrije tijd
  3483. vrije toegang
  3484. vrijheid van godsdienst
  3485. vroeg of laat gaan we allemaal dood
  3486. vroeg of laat zal ik slagen
  3487. vuil werk
  3488. waag het niet om ...!
  3489. waar bemoei je je mee
  3490. waar haalt hij al dat geld vandaan?
  3491. waar haalt hij het vandaan!
  3492. waar heb ik mijn sleutels gelaten?
  3493. waar is dat goed voor?
  3494. waar je ook loopt
  3495. waar leg je de nadruk op?
  3496. waar moet ik het vandaan halen?
  3497. waar twee kijven, hebben twee schuld
  3498. waarden en normen
  3499. waarom doe je dat? daarom!
  3500. wacht eens
  3501. wacht even!
  3502. wakker liggen
  3503. wakker schrikken
  3504. wallen onder je ogen
  3505. wanneer heb je hem voor het laatst gezien?
  3506. wanneer kan ik daar terecht
  3507. ware het niet dat ...
  3508. warm eten
  3509. warme bakker
  3510. warme kleuren
  3511. wat ben je van plan?
  3512. wat doet hij voor de kost?
  3513. wat een achterlijke vent (plat)
  3514. wat een broekje is dat!
  3515. wat een toestanden!
  3516. wat eten we na?
  3517. wat gaat er in hem om?
  3518. wat heb je hier te zoeken?
  3519. wat heb je op je hart?
  3520. wat heb je op je lever?
  3521. wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen
  3522. wat ik zeg, gebeurt!
  3523. wat in het vat zit, verzuurt niet
  3524. wat is dat voor ding?
  3525. wat is de schade?
  3526. wat is er aan de hand?
  3527. wat is er van uw dienst?
  3528. wat is er?
  3529. wat is het je waard?
  3530. wat is het verschil tussen school en werk?
  3531. wat je zegt ben je zelf
  3532. wat kijk je lelijk!
  3533. wat kijk je somber!
  3534. wat koop ik daarvoor?
  3535. wat kost dat?
  3536. wat let je?
  3537. wat maakt dat nou uit!
  3538. wat mankeert je vriend?
  3539. wat mij betreft kun je opvliegen
  3540. wat mij betreft mag dat
  3541. wat scheelt eraan?
  3542. wat voeren jullie daar uit?
  3543. wat voor jas heb je gekocht?
  3544. wat was het geval...
  3545. wat wil je nog meer?
  3546. wat ziet je broek eruit!
  3547. we bestaan niet meer voor onze buren
  3548. we betalen hem met gelijke munt terug
  3549. we bezweken voor de verleiding
  3550. we binden de ijzers onder
  3551. we blijven tot en met dinsdag
  3552. we gaan aan de rol
  3553. we gaan aan tafel
  3554. we gaan actie voeren tegen dat plan
  3555. we gaan de inwendige mens versterken
  3556. we gaan de stad in
  3557. we gaan een luchtje scheppen
  3558. we gaan er geen wet van maken
  3559. we gaan hem de ogen uitsteken
  3560. we gaan het openbaar maken
  3561. we gaan op en neer naar Amsterdam
  3562. we gaan op kamp
  3563. we gaan op weg
  3564. we gaan te voet
  3565. we gaan te voet
  3566. we hadden er geen flauw vermoeden van
  3567. we hadden geen andere keus
  3568. we hebben Amerika aan de lijn
  3569. we hebben daar veel steun aan gehad
  3570. we hebben de boot gemis
  3571. we hebben er lang en breed over gesproken
  3572. we hebben geen tijd te verliezen
  3573. we hebben het goed met hem getroffen
  3574. we hebben onder andere Cola in huis
  3575. we hebben onder meer konijnen thuis
  3576. we keken onze ogen uit
  3577. we keken onze ogen uit
  3578. we knijpen er tussenuit
  3579. we komen hoe dan ook
  3580. we komen in tijdnood
  3581. we kregen ervan langs
  3582. we kunnen in geen geval op vakantie
  3583. we kunnen niet aan de vraag voldoen
  3584. we kwamen hem op het spoor
  3585. we kwamen ogen te kort
  3586. we laten alles bij het oude
  3587. we laten het erbij
  3588. we laten het plan varen
  3589. we maakten hem blij met een dode mus
  3590. we maken er het beste van
  3591. we moeten één lijn trekken
  3592. we moeten een regeling treffen
  3593. we moeten er iets op vinden
  3594. we moeten haast maken
  3595. we moeten hem tot elke prijs tegenhouden
  3596. we moeten hoe dan ook vergaderen
  3597. we moeten op een houtje bijten
  3598. we nemen het zekere voor het onzekere
  3599. we plegen overleg
  3600. we spelen open kaart
  3601. we spelen open kaart
  3602. we sprongen een gat in de lucht
  3603. we stonden op het punt om te vertrekken
  3604. we vervelen ons rot
  3605. we vrezen het ergste
  3606. we waren erg onder de indruk
  3607. we waren niet bij machte om ...
  3608. we zetten hem het mes op de keel
  3609. we zetten onze schouders eronder
  3610. we zijn er
  3611. we zijn erop uitgekeken
  3612. we zijn het in zoverre eens ...
  3613. we zijn op de helft
  3614. we zijn uit de brand
  3615. we zijn weer terug bij af
  3616. we zijn zover
  3617. we zitten zonder
  3618. we zullen dat varkentje wel even wassen
  3619. we zullen eens om de tafel gaan zitten
  3620. we zullen hem eens flink raken
  3621. we zullen het aan de orde stellen
  3622. we zullen klare wijn schenken
  3623. we zullen wel zien
  3624. week in week uit
  3625. wees een heer in het verkeer
  3626. weet ik veel!
  3627. weet je niets leukers
  3628. weet je wat! we gaan schaatsen
  3629. weet jij hoe de vork aan de steel zit?
  3630. weinig of niets
  3631. wel ja, ga nog maar schelden ook!
  3632. wel ja, gooi alles maar op de grond
  3633. wel nee!
  3634. welke kant moet jij uit?
  3635. werk in uitvoering
  3636. werk je daar al lang?
  3637. werken dat de stukken ervan afvliegen
  3638. werkgelegenheid scheppen
  3639. wet is wet
  3640. wettig gedeponeerd
  3641. wettige middelen
  3642. wie dan leeft wie dan zorgt
  3643. wie de schoen past, trekt hem aan
  3644. wie doet de post op de bus?
  3645. wie eens steelt, is altijd een dief
  3646. wie gaat met de eer strijken?
  3647. wie heeft dat op zijn geweten?
  3648. wie heeft me dat geleverd?
  3649. wie het breed heeft, laat het breed hangen
  3650. wie het eerst komt, het eerst maalt
  3651. wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd
  3652. wie het laatst lacht, lacht het best
  3653. wie is aan de beurt?
  3654. wie is aan slag?
  3655. wie kaatst moet de bal verwachten
  3656. wie kwam op dat idee?
  3657. wie maakt hier de dienst uit?
  3658. wie niet horen wil, moet maar voelen
  3659. wie niet waagt die niet wint
  3660. wie volgt?
  3661. wie wat bewaart heeft wat
  3662. wie weet!
  3663. wie zegt dat nou!
  3664. wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten
  3665. wie zwijgt stemt toe
  3666. wij beleven daar veel plezier aan
  3667. wij hebben een verschil van mening
  3668. wij hebben het niet breed
  3669. wij staan op goede voet met elkaar
  3670. wij zijn goede maatjes
  3671. wij zijn onder de pannen
  3672. wij zijn telefonisch te bereiken
  3673. wij zijn uit de zorgen
  3674. wij zitten op rozen
  3675. wil je koffie? ja, graag!
  3676. wil je me met rust laten?
  3677. wil je mij een plezier doen
  3678. wind mee hebben
  3679. wit wegtrekken
  3680. witte artikelen
  3681. wonder boven wonder
  3682. woningnood
  3683. wordt vervolgd
  3684. wortel schieten
  3685. wortel schieten
  3686. z'n kalmte bewaren
  3687. zaken doen
  3688. zaken gaan voor het meisje
  3689. zakken voor een examen
  3690. zand erover
  3691. zand schuurt de maag
  3692. ze doen graag dik
  3693. ze eten droog brood
  3694. ze gaan elkaar te lijf
  3695. ze gaan niet meer met elkaar om
  3696. ze gaan op in hun spel
  3697. ze gaat voor hem door het vuur
  3698. ze gaf er een persoonlijk tintje aan
  3699. ze gingen even onderuit
  3700. ze gunt hem het licht in de ogen niet
  3701. ze haalde flink naar hem uit
  3702. ze had zich er meer van voorgesteld
  3703. ze hebben een brug laten springen
  3704. ze hebben een kans laten liggen
  3705. ze hebben een of ander feest
  3706. ze hebben elkaar gevonden
  3707. ze hebben geen woord gewisseld
  3708. ze hebben heel wat kinderen
  3709. ze hebben hem erin gekend
  3710. ze heeft daar een grote vrijheid
  3711. ze heeft doorborende ogen
  3712. ze heeft een fijne neus
  3713. ze heeft een frisse kijk op de zaak
  3714. ze heeft een gaatje in haar hoofd
  3715. ze heeft erg lang werk
  3716. ze heeft weer eens gelogen
  3717. ze huilt tranen met tuiten
  3718. ze is aan de pil
  3719. ze is daar niet weg te slaan
  3720. ze is een eind heen
  3721. ze is erg goed van vertrouwen
  3722. ze is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken
  3723. ze is haar gewicht in goud waard
  3724. ze is haar stem kwijt
  3725. ze is net de deur uit
  3726. ze is nog niet veel waard
  3727. ze is omgedraaid als een blad aan de boom
  3728. ze is onder dak
  3729. ze is op het ergste voorbereid
  3730. ze kan zich goed redden in het Engels
  3731. ze kijken hem met de nek aan
  3732. ze komen in beweging
  3733. ze komen met de wagen
  3734. ze kon het niet met droge ogen aanzien
  3735. ze kruipt voor hem
  3736. ze lagen dubbel van het lachen
  3737. ze leiden een bruin leven
  3738. ze loopt de deur plat
  3739. ze loopt op alledag
  3740. ze lopen om het hardst
  3741. ze moeten er wel iets tegenover stellen
  3742. ze moeten heel aardig zijn
  3743. ze overweeg te komen
  3744. ze raakte de draad kwijt
  3745. ze reed met een rotvaart
  3746. ze roepen over die nieuwe auto
  3747. ze schreeuwde moord en brand
  3748. ze staat bij de directie in een goed blaadje
  3749. ze staat niet met beide benen op de grond
  3750. ze stonden als één blok achter me
  3751. ze vielen bij bosjes
  3752. ze was in gezelschap van haar broer
  3753. ze wil voor een dubbeltje op de eerste rij zitten
  3754. ze zaten als haringen in een ton
  3755. ze zei nog ja ook!
  3756. ze zetten het mes in de uitgaven
  3757. ze ziet er geen been in
  3758. ze ziet zo wit als een doek
  3759. ze zijn als water en vuur
  3760. ze zijn elke avond bezet
  3761. ze zijn met moeite geslaagd
  3762. ze zijn oude vrienden
  3763. ze zitten als ratten in de val
  3764. ze zoeken het maar uit
  3765. zeg ....
  3766. zeg dat wel!
  3767. zelfstandig naamwoord
  3768. zelfstandig wonen
  3769. zich door iemand laten leiden
  3770. zich ergens druk over maken
  3771. zich ergens thuis voelen
  3772. zich goed houden
  3773. zich groen en geel ergeren
  3774. zich iets tot taak stellen
  3775. zich van het leven beroven
  3776. zie je kans om ...
  3777. zieltjes winnen
  3778. zij doet aan de slanke lijn
  3779. zij doet geen mond open
  3780. zij gaat het maken
  3781. zij gaf hem te verstaan dat ...
  3782. zij geeft te kennen dat ze weg wil
  3783. zij hebben veel van elkaar weg
  3784. zij hebben woorden
  3785. zij heeft de naam lui te zijn
  3786. zij heeft een hart van goud
  3787. zij heeft een zwak voor jonge hondjes
  3788. zij heeft groene vingers
  3789. zij heeft heel wat in huis
  3790. zij heeft het hoog in de bol
  3791. zij heeft het leven geschonken aan een dochter
  3792. zij heeft iets met haar buurjongen
  3793. zij heeft iets onder de leden
  3794. zij heeft lang werk
  3795. zij heeft niet veel in de melk te brokkelen
  3796. zij heeft van die maniertjes
  3797. zij houdt je aan het lijntje
  3798. zij is de motor achter dit bedrijf
  3799. zij is een onbeschreven blad
  3800. zij is er niet gerust op
  3801. zij is erg bij de tijd
  3802. zij is geen mens voor kantoor
  3803. zij is het zonnetje in huis
  3804. zij is in hoger sferen
  3805. zij is niet goed snik
  3806. zij is niet meer
  3807. zij is niet moeders mooiste
  3808. zij is niet op haar mondje gevallen
  3809. zij is nog onder de twaalf
  3810. zij is over het paard getild
  3811. zij is over tijd
  3812. zij is recht door zee
  3813. zij is uit het veld geslagen
  3814. zij is van alle markten thuis
  3815. zij is van mening dat ...
  3816. zij is ver heen
  3817. zij is zo licht als een veertje
  3818. zij is zo rond als een ton
  3819. zij kan het gedaan hebben
  3820. zij kan zich in alle kringen goed bewegen
  3821. zij kleedt zich traditioneel
  3822. zij knijpt 'm wel voor de directeur
  3823. zij komt niet onder de mensen
  3824. zij komt nooit op tijd
  3825. zij komt uit een goed nest
  3826. zij koopt kleren bij het leven
  3827. zij kunnen in hun eigen behoeften voorzien
  3828. zij kwam heel ongelukkig terecht
  3829. zij leven erop los
  3830. zij leven langs elkaar heen
  3831. zij loopt de kantjes ervanaf
  3832. zij moest eraan geloven
  3833. zij neemt zijn woorden goed in zich op
  3834. zij praat mij naar de mond
  3835. zij schelen tien jaar
  3836. zij schrijft nu en dan
  3837. zij speelt de vermoorde onschuld
  3838. zij spreekt altijd de waarheid
  3839. zij staat bekend als ....
  3840. zij staat bij hem in een goed blaadje
  3841. zij steekt boven iedereen uit
  3842. zij steelt altijd de show
  3843. zij telt achttien lentes
  3844. zij valt altijd in de prijzen
  3845. zij valt uit de toon in dit gezelschap
  3846. zij varen er wel bij
  3847. zij verschillen als dag en nacht
  3848. zij vrijt met die jongen
  3849. zij vroeg hem het hemd van zijn lijf
  3850. zij weet er wel iets op
  3851. zij weet zich geen houding te geven
  3852. zij weet zich met haar figuur geen raad
  3853. zij zette grote ogen op
  3854. zij zijn dikke vrienden
  3855. zij zijn erachter gekomen
  3856. zijn doen en laten
  3857. zijn eigen potje koken
  3858. zijn fiets op slot zetten
  3859. zijn gangen nagaan
  3860. zijn geduld op de proef stellen
  3861. zijn gezicht staat op onweer
  3862. zijn handel en wandel
  3863. zijn kostje is gekocht
  3864. zijn laatste uur heeft geslagen
  3865. zijn leven redden
  3866. zijn levenslust komt in dit lied goed tot uitdrukking
  3867. zijn neus in de wind steken
  3868. zijn schouders ophalen
  3869. zijn schouders ophalen
  3870. zijn tijd verdoen
  3871. zijn ware bedoeling
  3872. zijn wel en wee
  3873. zijn wens vervullen
  3874. zijn woede koelen
  3875. zijn woord is wet
  3876. zijn zaken waarnemen
  3877. zilver winnen
  3878. zo bang als een wezel
  3879. zo blij als een kind
  3880. zo brutaal als de beul
  3881. zo dood als een pier
  3882. zo doof als een kwartel
  3883. zo dronken als een tor
  3884. zo druk als een klein baasje
  3885. zo gek als een deur
  3886. zo gezegd zo gedaan
  3887. zo gezegd, zo gedaan
  3888. zo gezond als een vis
  3889. zo gezond als een vis
  3890. zo goed als
  3891. zo goed als nieuw
  3892. zo goed en zo kwaad als het gaat
  3893. zo goed en zo kwaad als het lukte
  3894. zo groen als gras
  3895. zo hard als steen
  3896. zo helder als koffiedik
  3897. zo iemand moet je met een kaarsje zoeken
  3898. zo iets doe je niet!
  3899. zo is het maar net
  3900. zo kan het wel weer
  3901. zo klaar als een klontje
  3902. zo krom als een hoepel
  3903. zo kun je niet over straat
  3904. zo lang als het duurt
  3905. zo lek als een zeef
  3906. zo lelijk als de nacht
  3907. zo lelijk als de nacht
  3908. zo mager als een lat
  3909. zo mak als een lammetje
  3910. zo moe, zo ziek als een hond
  3911. zo mogelijk
  3912. zo op het oog
  3913. zo oud als de weg naar Rome
  3914. zo oud als de weg naar Rome
  3915. zo plat als een dubbeltje
  3916. zo plat als een dubbeltje
  3917. zo raak je nog verder van huis
  3918. zo recht als een kaars
  3919. zo rood als een kreeft
  3920. zo slap als een vaatdoek
  3921. zo snel mogelijk
  3922. zo snel mogelijk
  3923. zo stijf als een plank
  3924. zo stom als het achtereind van een varken
  3925. zo trots als een pauw
  3926. zo vader zo zoon
  3927. zo vet als modder
  3928. zo vlug als water
  3929. zo vrij als een vogeltje in de lucht
  3930. zo wit als een doek
  3931. zo wit als sneeuw
  3932. zo wit als sneeuw
  3933. zo ziek als een hond
  3934. zo zijn we niet getrouwd
  3935. zo zout heb ik het nog nooit gegeten
  3936. zo zwart als een tor
  3937. zo'n twee meter
  3938. zoals de zaken nu staan ...
  3939. zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens
  3940. zoals zovelen
  3941. zoiets heb ik nog nooit meegemaakt
  3942. zonder aarzelen
  3943. zonder bril kan ik niet scherp zien
  3944. zonder dat iemand het wist
  3945. zonder ophouden
  3946. zonder pardon
  3947. zonder resultaat
  3948. zonder slag of stoot
  3949. zonder twijfel
  3950. zonder werk zitten
  3951. zorgen hebben
  3952. zou het?
  3953. zou je ze niet?
  3954. zuchtend en steunend
  3955. zuinig kijken
  3956. zuinig leven
  3957. zullen we tot stemming overgaan?
  3958. zuur kijken
  3959. ZVV is aan de bal
  3960. zwak staan
  3961. zwart geld
  3962. zwart rijden in de bus
  3963. zwarte kunst
  3964. zwarte lijst
  3965. zwemmen in het geld
  3966. zwijgen in alle talen

woordenindex, inhoud